A |
augustus 2005 |
|
|
|
|
|
definitie |
| Pancytopenie met hypoplastisch merg, zonder aanwijzingen voor verdringing of fibrose. | |
oorzaak |
|
| - | Idiopathisch |
| - | Medicijnen (o.a. chlooramfenicol, pyrazolonderivaten, fenytoďne) |
| - | Toxische stoffen (o.a. benzeen) |
| - | Bestraling |
| - | Infecties (m.n. virusinfectie, b.v. hepatitis A, B, C, Epstein Bar, parvovirus) |
| - | Congenitaal (Fanconi syndroom e.d.) |
diagnostiek |
|
| - | beenmergbiopt |
| - | zo mogelijk cytogenetica |
| - | Epstein Bar, CMV en parvovirus serologie |
| - | serumspiegels van pyridoxine, foliumzuur en vit. B12 |
| - | test op PNH (zie hemolyse-onderzoek) |
Criteria voor ernstige aplastische anemie: |
|
| - | bloed: granulocyten < 0.5 x 109/l thrombocyten < 20 x 109/l reticulocyten < 10 (na correctie voor de Ht) |
| - | beenmergbiopt: ernstige hypoplasie (cellulariteit < 25% van normaal); matig ernstige hypoplasie (25-50% van normaal, maar met 70% niet-hematopoietische elementen) |
Criteria voor zeer ernstige aplastische anemie: |
|
| - | Zoals voor ernstige
aplastische anemie
maar: granulocyten < 0.2 x 109/l |
therapie |
|
| a | Medicatie reviseren |
| b | Supportive care (bestraalde bloedprodukten) |
| c | Bij ernstige en zeer ernstige aplastische anemie: |
| - | allogene stamceltransplantatie: |
| bij ernstige: < 20 jaar én HLA-identieke donor | |
| bij zeer ernstige: < 40 jaar én HLA-identieke donor | |
| d | Indien geen allogene stamceltransplantatie: |
| - | immunosuppressieve therapie: |
| Antithymocytenglobuline
van paard (hATG = lymfoglobuline, van Merieux): 15 mg/kg (500 ml) i.v. in 6
uur dag 1 t/m 5 Prednisolon: 1 mg/kg oraal, dag 1 t/m 10, waarna afbouwschema gedurende 10 dagen. Prednisolon geven 30 min. voor antithymocytenglobuline, tezamen met clemastine 2 mg i.v. en ranitidine 50 mg i.v.. Ranitidine in totaal 3 x daags geven op antithymocytenglobuline dagen. Tijdens antithymocytenglobuline elke dag thrombocytenaantal bepalen en transfunderen als aantal ≤ 10 x 109/l. Cyclosporine A 2 dd 3.5 mg/kg, oraal, vanaf dag 5 dosis (drank 100 mg/ml) titreren en 6 maanden geven, of korter als eerder response. Beoogde plasmaspiegel: 200 - 400 µg/l Na 6 maanden afhankelijk van response afbouwen met 8% per week. Preventie tegen infecties volgens standaard protocol voor patiënten met neutropenie en gedurende 1 jaar volgens allogeen stamceltransplantatie protocol. Monitoring op CMV en EBV bij klinische verdenking. G-CSF bij granulocytenaantal ≤ 0.5 x 109/l. Bij recidief van aplastische anemie bij afwezigheid van HLA-identieke sib: overwegen om antithymocytenglobuline van konijn (rATG, van Merieux) te geven in dosering van 3.5 mg/kg. Wijze van toediening en verder protocol als boven. |
|
|
|
© VU medisch centrum - afdeling hematologie 10/08/05 |