E
Bijzondere bloedingsneigingen

augustus 2005   

E1 Hemofilie A
E2 Hemofilie B
E3 Ziekte van Von Willebrand
E4 Uremische thrombocytopathie
E5 Leverinsufficiëntie
E6 Diffuse intravasale stolling
E7 Vitamine-K deficiëntie
 
E1
Hemofilie A

augustus 2005

    
Diagnostiek f VIII stolactiviteit.
Vraag waarde aan patiënt!
Vraag diagnose kaart; overleg met behandelaar.
Therapie als er bekende, adequate reactie is op DDAVP dan zo mogelijk:
DDAVP 0.3 microg./kg in 100 ml NaCl 0.9% in 30 min. i.v.
of OctostimR neusspray 2 puffs à 150 microg. (voor volwassenen!) per neusgat. Combineer altijd met tranexaminezuur 15 mg/kg i.v. of oraal, elke 6 uur voor duur van bloeding of tot wondgenezing.
f VIII concentraat (zie daar).
1 U/kg geeft 2% stijging.

Dosering in U/kg gebaseerd op ernstige hemofilie

levensbedreigende bloeding 50 25
ernstige bloeding 30 15
lichte bloeding of ingreep 20  10
1e gift vervolg giften
per 12 uur

 
Overleg altijd met hematoloog.
 
E2
Hemofilie B

augustus 2005    

       
Diagnostiek f IX stolactiviteit.
Vraag waarde aan patiënt!
Vraag diagnose kaart; overleg met behandelaar.
Therapie factor IX concentraat (zie daar).
1 U/kg geeft 1% stijging.

Dosering in U/kg gebaseerd op ernstige hemofilie

levensbedreigende 100 50
ernstige 60 30
lichte bloeding of ingreep 40 20
1e gift vervolg giften
per 24 uur

 
Overleg altijd met hematoloog.
 
E3
Ziekte van Von Willebrand
augustus 2005
    
Diagnostiek Bloedingstijd, f VIII stolactiviteit, Von Willebrandfactor.
Vraag waarden aan patiënt!
Vraag diagnose kaart; overleg met behandelaar.
 
Therapie DDAVP brengt bloedingstijd en eiwitten vaak op acceptabel
niveau. Als er bekende, adequate reactie is op DDAVP dan zo mogelijk:
DDAVP 0.3 microg./kg in 100 ml NaCl 0.9% in 30 minuten i.v. of OctostimR neusspray 2 puffs à 150 microg. (voor volwassenen!) per neusgat.
alleen bij uitzondering, Von Willebrand factor (zie daar).
  Dosering in U/kg: 50 per 12 à 24 uur op geleide van bloedingstijd en f VIII niveau.
altijd: tranexaminezuur 15 mg/kg i.v. of oraal, elke 6 uur voor duur van bloeding, of tot wondgenezing.
 
  Overleg altijd met hematoloog.
   
E4
Uremische thrombocytopathie

augustus 2005

   
Diagnostiek Suggestief is verlengde bloedingstijd meestal zonder gestoorde bloedplaatjesaggregatie. Thrombinetijd vaak verlengd.
Overige stoltijden als regel normaal.
  
Therapie dialyse.
hematocriet corrigeren tot 0.35.
DDAVP 0.3 microg./kg in 100 ml NaCl 0.9% in 30 minuten i.v.
effect op bloedingstijd evalueren.
  
E5
Leverinsufficiëntie

augustus 2005

  
Diagnostiek Suggestief is (sterk) verlengde PT, matig verlengde thrombinetijd en APTT. Verwarring met DIC gecombineerd met thrombocytopenie door splenomegalie is goed mogelijk. Onderscheid is, bij leverlijden, moeilijk tot niet te maken.
  
Therapie Stoltijden alleen bij bloedingen corrigeren met fresh frozen plasma. Streven naar APTT 50 sec. (normaalwaarde
< 32 sec.) Geen stollingsfactor-concentraten gebruiken. Thrombocytenconcentraten geven meestal weinig of geen opbrengst (splenomegalie!).
  
E6
Diffuse intravasale stolling

augustus 2005  

  
Diagnostiek Suggestief is combinatie van verlengde stoltijden, verlaagd
fibrinogeen en thrombocytenaantal.
Bij twijfel onderzoek na 12 à 24 uur herhalen, en aanvullen met AT III, D-dimeren etc.
In noodgevallen diagnostiek doen met APTT, PT, aantal thrombocyten, fibrinogeen en perifere bloedstrijk. Min of meer normale waarden sluiten ernstige DIC uit.
  
Therapie oorzaak verhelpen: antibiotica, circulatieherstel, etc.
APTT (normaalwaarde 32 sec.) rond 11/2 x normaal houden
door fresh frozen plasma.
bij ernstige bloedingsneiging thrombocytenconcentraten geven.
alleen bij stabiele chronische DIC is heparinisatie
(starten met 15000 E per 24 uur) te overwegen. Bijna uitsluitend geïndiceerd bij sommige maligniteiten.
alleen in uiterste nood bij zeer ernstige bloedingsneiging en
zeer laag fibrinogeen is tranexaminezuur te overwegen. Kort, minder dan 24 uur, geven. Dosering: 4 dd 1 gr i.v.
  
E7
Vitamine-K deficiëntie

augustus 2005

  
Diagnostiek Suggestief is in verhouding sterk verlengde prothrombinetijd,
minder sterk verlengde of normale APTT. Overige stoltijden en fibrinogeen normaal.
  
Preventie Dagelijkse behoefte vitamine K: ongeveer 1 microg./kg.
In praktijk 2 x per week 5 mg oraal of i.v. (of s.c.) geven.
Preventie is geïndiceerd bij:
starvation
malabsorptie b.v. door cholestasis, pancreatitis, darmresectie.
intraveneuze voeding.
gebruik van breedspectrum antibiotica per os.
neonaten: aangepast doseringsschema!
  
Therapie Als er geen indicatie is voor antistollingstherapie, éénmaal
10 mg vitamine K, daarna als bij preventie als er indicatie voor is
  
Toediening van
vitamine K
Wijze van toediening heeft nauwelijks effect op snelheid van
werken. Effect op stolniveau van factor II, VII, IX en X begint
3 uur na toediening. Maximale effect 6 à 8 uur na toediening.
Zo mogelijk oraal geven (druppels op klontje suiker: 1 dr. Konakion = 1 mg vit.K). Zonodig bijv. bij cholestasis, intraveneus geven (Konakion in 1 ml flacon met 2 mg of 10 mg vitamine K). Dosering verdunnen tot minimaal 10 ml (met NaCl 0,9%) en langzaam geven.
Cave hypotensie, anafylaxie bij i.v. gebruik.
  
            

© VU medisch centrum - afdeling hematologie   10/08/05