Benigne hematologie

D
Thrombocytopenie

september 2008

10x10.gif (821 bytes)
10x10rood.gif (47 bytes) definitie
Geïsoleerde verlaging van trombocyten < 150 x 109/l.
10x10rood.gif (47 bytes) oorzaak
- Aanmaakstoornis
- Verdunning door transfusies
- Distributiestoornis
- Perifeer verbruik
10x10rood.gif (47 bytes) diagnostiek
a Pseudo-trombocytopenie uitsluiten door telling in citraatbloed of bekijken van
perifeer bloedstrijkje afgenomen door vingerprik.
b Verdunning uitsluiten door transfusiegeschiedenis te bekijken.
c Distributiestoornis uitsluiten door palpatie miltstreek.
d Beenmergonderzoek teneinde andere oorzaken uit te sluiten.
e Indien er sprake blijkt van perifeer verbruik:
- onderzoek verrichten naar diffuse intravasale stolling: PT, APTT, fibrinogeen
- onderzoek verrichten naar TTP: reticulocyten, LDH, bloedstrijkje op fragmentocyten
- onderzoek verrichten naar HITT bij heparine gebruik (zie aldaar)
- bepalen of medicatie verantwoordelijk kan zijn
- SLE en rheumaserologie bij klinische verdenking
De diagnose auto-immuun thrombocytopenie (AITP) wordt gesteld door uitsluiting
van andere oorzaken. Daarvoor is diagnostiek genoemd onder a t/m e nodig.
Diagnostiek naar trombocyten-geassocieerde immuunglobulines ("antistoffen tegen thrombocyten") is niet bijdragend daar het de diagnose AITP niet bewijst (bij aantoonbare antistoffen) en ook niet uitsluit (bij afwezigheid van antistoffen).
10x10rood.gif (47 bytes) therapie
a Bij aanmaakstoornis zonodig thrombocytenconcentraten.
b Bij verdunning transfusiebeleid aanpassen (zie acute massale transfusie).
c Bij distributiestoornis in principe geen therapie mogelijk, behalve splenectomie.
In geval van ernstige bloeding is wellicht kortdurend effect te verkrijgen met trombocytenconcentraten.
d Bij auto-immuun thrombocytopenie: alleen behandelen als het aantal bloedplaatjes constant
< 30 x 109/l is en/of er klinische redenen zijn (bloedingen, ingrepen). Streven naar bloedplaatjes aantal > 30 x 109/l.
   
  Eerstelijnsbehandeling: corticosteroïden
- Dexamethason 40 mg/dag, gedurende 4 dagen of
- Methylprednisolon 15 mg/kg i.v. in 15 minuten gedurende 3 opeenvolgende dagen.
- Effect treedt in het algemeen pas op na minimaal 5 dagen. Bij minimale respons of een korte responsduur prednison (zie onder).
- Prednison 1 mg/kg/dag gedurende 2 à 4 weken.
Bij effect dosis met 5 mg per 2 weken verlagen.
   
  Tweedelijnsbehandeling:
- Anti-CD20 (rituximab) 375 mg/m2, dag 1 en 8. Indien na 2 weken geen respons, nogmaals 2 giften of
- Splenectomie
  Bedenk; voor start aCD20 vaccineren.
   
  Derdelijnsbehandeling:
- Danazol 4 dd 200 mg oraal. Bij vrouwen: staken bij stemverlaging.
- Azathioprine 100 mg per dag oraal, dosis aanpassen tot granulocytenaantal ± 1 x 109/l.
- Cyclosfosfamide 50 - 100 mg per dag oraal, dosis aanpassen granulocytenaantal ± 1 x 109/l.
- In geval van bloedingen of noodzaak tot operatief ingrijpen normaal immuunglobuline 6% voor i.v. gebruik: 1 gr/kg/dag gedurende 2 dagen. In geval van bloedingen trombocytentransfusie in aansluiting op immuunglobulinen teneinde trombocytenopbrengst te bewerkstelligen.
   
e Bij AITP en bij andere oorzaken van perifeer verbruik zoals DIC, sepsis, TTP is van
thrombocytentransfusies weinig opbrengst te verwachten. Alleen geïndiceerd in grote nood.
f Ondersteunend: tranexaminezuur (Cyklokapron®) 4 dd 25 mg/kg oraal of 10 mg/kg i.v.
Staken van poliklinische controle
Bij AITP ontslag met instructie en nummer waar dienstdoende hematoloog te bereiken is, nadat trombocytenaantal 2 jaar na therapie stabiel is.
10x10rood.gif (47 bytes) AITP in zwangerschap
Indien toevalligerwijs tijdens de zwangerschap een trombocytenaantal wordt gevonden tussen 70 - 200 x 109/l is geen diagnostiek of behandeling nodig.
Indien er een trombocytenaantal wordt gevonden < 70 x 109/l of als er een bekende AITP bestaat:
Diagnostiek als boven beschreven (denk specifiek aan (pre)-eclampsie, HELPP-syndroom en acute leveratrofie).
Behandeling met methylprednisolon (bij respons eventueel eens per 2 à 4 weken herhalen), chronisch prednison oraal of immuunglobuline i.v. (bij respons eens per 3 à 4 weken herhalen) zoals beschreven.
Streven naar trombocytenaantal > 30 x 109/l; rond partus > 50 x 109/l.
Keuze is afhankelijk van kans op preeclampsie, en duur van graviditeit.
Indien snel effect gewenst is bij partus: immuunglobuline.
Bestaan van AITP alleen is geen reden voor sectio wel is terughoudendheid met kunstverlossingen geïndiceerd.
Er is alleen een indicatie voor thrombocytenbepaling bij het kind na de partus.
            

© VU medisch centrum - afdeling hematologie 17/09/08