F |
augustus 2006 |
|
|
oorzaak |
| Plaatjesaggregatie in capillairen/arteriolen in o.a. nier en hersenen. Hierbij lijken een rol te spelen: afwijkende vWF-multimeren, prostacycline (PGI2) en verminderde fibrinolyse. | |
diagnostiek |
|
| 1 | Microangiopathische hemolyse: fragmentocyten, verhoogd LDH, verlaagd haptoglobine. |
| 2 | (Perifere) thrombocytopenie. |
| 3 | Neurologische afwijkingen: diffuus of focaal. |
| 4 | Nierfunctiestoornis. |
| 5 | Uitsluiten seropositieve collageenziekte, sclerodermie en maligne hypertensie. |
| 6 | Overweeg ADAMTS-13 bepaling. |
therapie |
|
| 1 | Corticosteroïden: |
| Prednison 1 mg/kg per os. Duur: 4 weken of 2 weken na thrombocyten > 100 x 109/l. Afbouwen van dagdosis: 5 mg per week. én: |
|
| 2 | Plasmaferese: |
|
Dagelijks 1.5 x geschatte plasmavolume wisselen tegen FFP, tenminste gedurende
4 dagen, dan beoordelen: Reagerend: na 4 dagen thrombocyten > 100 x 109/l en/of LDH < 1000 U/l: 4 dagen FFP infusie 30 ml/kg. Afbouwen als boven beschreven. Matig reagerend: Respons, maar na 4 dagen thrombocyten < 100 x 109/l en/of LDH > 1000 U/l: 4 dagen extra plasmaferese. Indien dan: thrombocyten > 100 x 109/l: verder als "reagerend". thrombocyten < 100 x 109/l: verder als "resistent". Resistent: Geen respons na 4 dagen plasmaferese. Telkens na 4 dagen therapiemodaliteit toevoegen. Beslis elke 4 dagen: thrombocyten > 100 x 109/l: verder als reagerend. thrombocyten < 100 x 109/l: verder als resistent. Geef achtereenvolgens erbij: |
|
| 1 | normaal immuunglobuline 0.4 gram/kg/dag gedurende 5 dagen. |
| 2 | vincristine 2 mg, 1x per week gedurende 4
weken. Indien geen respons op dag 10 na 4e gift: |
| 3 | prostacycline (PGI2): starten met
2.5 ng/kg/min en ophogen tot 5-9 ng/kg/min. Indien na 2 x 4 dagen PGI2 geen respons, overweeg: |
| 4 | splenectomie |
|
Preventie van recidief |
| - | Ascal 2 dd 100 mg. |
| - | Bij TTP in eerdere zwangerschap altijd Ascal bij volgende zwangerschap geven. |
|
|
|
© VU medisch centrum - afdeling hematologie 04/08/06 |