|
E |
augustus 2005 |
E1 Albumine
E2 Factor VIII
concentraat
E3 Vier-
stollingconcentraat
E4 Factor IX concentraat
E5 Von Willebrandfactor
E6 Immunoglobuline 6%
E7 Bijzondere
Immunoglobulines
Anti-Varicella Zoster Immunoglobine
Anti-Hepatitus B
Immunoglobuline
16 %, I.M.
Anti-Tetanus
Immunoglobuline
Anti-Rhesus
(D) Immunoglobuline
| E1 Albumine (Albumine CLB, CEALB) |
| Omschrijving produkt | Fles met 20 ml en 100 ml (20%) albumine en 0.145 mmol natrium per ml. Infusie van 100 ml albumine 20% leidt bij een gemiddelde volwassene tot toename van het intravasculaire volume met ± 500 ml en verhoogt het serum albumine met 2 - 4 g/l. | |
| Indicaties | 1 | shock door intravasculair
volume tekort tezamen met: |
| | serum albumine < 22 g/l of met: |
|
| | COD < 15 mmHg mits er: |
|
| | contra-indicatie voor plasmavervangingsmiddelen is | |
| 2 | ernstig pitting oedeem tezamen met: |
|
| | geen reactie op diuretica en met: |
|
| | serum albumine < 22 g/l of: |
|
| | COD < 15 mmHg. | |
| 3 | paracentese van ascites bij levercirrhose. | |
| 4 | plasmaferese tezamen met: |
|
| | afwezigheid van indicatie voor FFP. | |
| 5 | ernstige brandwonden in eerste week | |
| 6 | hyperbilirubinemie bij hypoalbuminemie bij neonaat | |
| Toediening | Intraveneus als infuus: onverdund
of gemengd met NaCl 0.9% of glucose 5%. De dosis, de toedieningssnelheid en de duur van de
therapie zijn afhankelijk van de conditie van de patiënt. Toedieningssnelheid: onverdund maximaal 120 ml/uur, verdund met NaCl 0.9% of glucose 5% tot iso-oncotische oplossing maximaal 250 ml/uur. |
|
| Bijzonderheden | Te snelle infusie kan leiden tot
overvulling, plotselinge verhoging van de bloeddruk, hyperthermie en rillingen, gevolgd
door transpiratie. Bij voorkeur het produkt op kamertemperatuur laten komen voor toedienen. Nauwgezette controle is noodzakelijk om circulatoire overvulling te voorkomen. |
|
| E2 Factor VIII concentraat (Aafact, Recombinate) |
| Omschrijving produkt | Flacon met
500 IE of 1000 IE factor VIII poeder voor injectievloeistof. Is met detergent behandeld voor virusinactivatie. Ampul met water voor injectie. Recombinate aangewezen bij "virgin"patiënten. |
|
| Indicaties | | hemofilie A als er indicatie is
tot suppletie én: |
| | onvoldoende effect van DDAVP te verwachten is. | |
| Toediening | Los 500 IE,
of 1000 IE factor
VIII op in 5 ml resp. 10 ml
oplosmiddel. De concentratie is 100 IE/ml. Tijdens het oplossen dient de flacon niet
geschud te worden om schuimvorming te voorkomen. Het kan tot 10 minuten duren, tot het poeder volledig is opgelost. Intraveneus als kortlopend infuus: 100 IE/ml, of via het meegeleverde filter, de toedieningssnelheid is maximaal 1000 IE per minuut. Let op: halfwaardetijd in vivo is ± 12 uur |
|
| Bijzonderheden | houdbaarheid: na oplossen: 3 uur bij 20°C. Bewaren bij 4°C kan tot precipitatie leiden. reacties: factor VIII kan allergische en anafylactische reacties veroorzaken, alsmede roodheid en pijn op de injectieplaats. |
|
| E3 Vier-stollingsfactorenconcentraat (Cofact) |
| Omschrijving produkt | Flacon met
vier-stollingsfactorenconcentraat poeder voor injectievloeistof. Is met detergent behandeld voor virusinactivatie. Bevat per ml tenminste 15 IE factor II, 5 IE factor VII, 20 IE factor IX en 15 IE factor X. Flacons van 10 en 20 ml. Ampul met water voor injectie. |
|
| Indicatie | | ernstige bloeding bij coumarine
gebruik of vitamine K deficiëntie als INR ≥ 1.7 is én: |
| | geen tijd om effect van vitamine K toediening af te wachten. | |
| Toediening | Breng flacon met poeder voor
injectie én ampul met oplosmiddel op kamertemperatuur voor oplossen. Los vier-stollingsfactorenconcentraat op in 10 of 20 ml oplosmiddel. De concentratie is 20 IE factor IX/ml. Tijdens het oplossen dient de flacon niet geschud te worden om schuimvorming te voorkomen. Het kan tot 10 minuten duren, tot het eiwit volledig is opgelost tot een heldere, blauwgekleurde oplossing. |
|
|
Intraveneus als infuus: toedieningssnelheid is maximaal 50 IE factor IX per minuut. |
||
|
Let op: halfwaardetijd in vivo is ± 6 tot 24 uur, afhankelijk van de relevante stollingsfactor. |
||
| Bijzonderheden | houdbaarheid: na oplossen: 3 uur
bij 20°C. reacties: prothrombine-complex kan allergische reacties veroorzaken. |
|
| E4 Factor IX concentraat (Mononine, Benefix) |
| Omschrijving produkt | Flacon met 500 IE of 1000 IE factor IX poeder voor injectievloeistof. Is behandeld voor virusinactivatie. Ampul met oplosmiddel. | |
| Indicatie | | hemofilie B als er indicatie voor suppletie is |
| Toediening | Breng flacon met poeder
én ampul met oplosmiddel op kamertemperatuur voor oplossen. Los flacon op in 10 of 20 ml oplosmiddel. Tijdens het oplossen dient de flacon niet geschud te worden om schuimvorming te voorkomen. Het kan tot 10 minuten duren, tot het eiwit volledig is opgelost tot een heldere tot licht opalescente oplossing. Intraveneus als infuus: toedieningssnelheid is maximaal 4 ml/minuut. |
|
| Nota bene | Halfwaardetijd in vivo is ± 20 uur. | |
| Bijzonderheden | houdbaarheid: na
oplossen snel toedienen. reacties: het eiwitpreparaat kan allergische reacties veroorzaken. |
| E5 Von Willebrandfactor (Haemate P) |
| Omschrijving produkt | Ampul bevat 500 of 1000 IE factor VIII en ± 550, 1100 of 2200 IE Von Willebrand factor, poeder voor injectie. Is met pasteurisatie behandeld voor virusinactivatie. Ampul met water voor injectie. | |
| Indicatie | | ziekte van Von Willebrand als er
indicatie tot suppletie is én: |
| | onvoldoende reactie op DDAVP te verwachten is. | |
| Toediening | Breng de flacon met poeder voor
injecties én ampul met oplosmiddel op kamertemperatuur voor oplossen. Los poeder op in water voor injecties: 250 IE factor VIII in 10 ml. Tijdens het oplossen dient de flacon niet geschud te worden, om schuimvorming te voorkomen, maar alleen gezwenkt te worden. Het kan tot 10 minuten duren, totdat het eiwit volledig is opgelost tot een heldere, kleurloze tot lichtgele oplossing. In verband met de eventuele aanwezigheid van enige niet geheel opgeloste vlokjes is het noodzakelijk de oplossing ofwel door een filternaald te filtreren, waarna deze direct intraveneus kan worden toegediend, ofwel toe te dienen met behulp van een toedieningsysteem dat voorzien is van een filter. |
|
| Intraveneus als infuus: toedieningssnelheid is maximaal 4 ml/minuut | ||
| Bijzonderheden | houdbaarheid: na
oplossen: 3 uur bij 20°C. reacties: het eiwitpreparaat kan allergische reacties veroorzaken. |
|
| |
| E6 Immunoglobuline 5% en 6%, I.V. (Ivegam, Immunoglobuline CLB) |
| Omschrijving produkt | Flacon met 2.5 g en 10 g immunoglobuline, concentratie 50 mg/ml (Ivegam). | |
| Flacon met 3 g en 9 g immunoglobuline poeder voor injectie. Ampul met water voor injectie, bevat 0.004 mmol natrium en 0.24 mmol glucose/ml (Immunoglobuline CLB). | ||
| Indicaties | 1 | efficiëntie van IgG
tezamen met: |
| | ernstige infecties én met: |
|
| | onvoldoende effect van antibiotica preventie of therapie | |
| 2 | autoimmuun
thrombocytopenie tezamen met: |
|
| | ernstige bloedingsneiging of met: |
|
| | noodzaak tot bloedige ingreep mits er: |
|
| | (verwachting van) onvoldoende
effect van corticosteroïden is of: |
|
| | (verwachting van) te laat effect van corticosteroïden. | |
| Toediening | Voor Ivegam: kant
en klare oplossing van 2.5 g, resp.10 g (50 g/ml). Voor Immunoglobuline CLB: los 600 mg, 3 g en 9 g immuno- globuline op in resp. 50 ml en 150 ml oplosmiddel. De concentratie is 60 mg/ml. Tijdens het oplossen de flacon voorzichtig zwenken, niet schudden. Schuimvorming dient te worden voorkomen. De oplostijd
van de gedroogde stof is ongeveer 20 - 30 minuten. Er wordt een kleurloze tot lichtgele,
heldere tot licht opalescente oplossing verkregen. Beluchting van de flacon voor het
toevoegen van water voor injecties leidt tot een langere oplostijd. |
|
| Bijzonderheden | houdbaarheid: na
oplossen; binnen 3 uur toedienen. onverenigbaarheid: niet mengen met andere infuusvloeistoffen/ geneesmiddelen. reacties: allergische reacties en hypotensie komen soms voor. Alleen onder direct toezicht toedienen. |
|
| E7 Bijzondere Immunoglobulines |
| Anti-varicella zoster immunoglobuline | ||
| Omschrijving produkt | Hyperimmunoglobuline anti-varicella zoster, 200 IE/2 ml per ampul. | |
| Indicatie | Immuungecompromitteerde patiënt
zonder aantoonbare antistoffen tegen VZV binnen 72 uur na contact met besmettelijke varicella zoster/herpes zoster patiënt. |
|
| Toediening | | 2 ml bij < 20 kg
lichaamsgewicht 4 ml bij > 20 kg lichaamsgewicht |
| | intramusculair toe te dienen
binnen 72 uur na contact VZV (waterpokken, herpes zoster), bij thrombocytopenie eventueel subcutaan |
|
| Anti-Hepatitis
B immunoglobuline
|
||
| Omschrijving produkt | hyperimmunoglobuline HBs
antistoffen > 90%, 100 IE/ml, ampul 5 ml of 200 IE/ml, ampul 1.5 ml. |
|
| Indicaties | | potentiële besmetting met
hepatitis B a.g.v. prikaccident met contaminatie door potentieel besmet bloed binnen 48 uur |
| | pasgeborene bij maternale
hepatitis B binnen 48 uur post partum. |
|
| Toediening | intramusculair 500 IE (5 ml
ampul), bij pasgeborene 300 IE (1.5 ml ampul) |
|
| Bijzonderheden | | besmettingskans vaststellen door
bloed van patiënt betrokken bij prikaccident te onderzoeken |
| | nadien actief immuniseren | |
| Immunoglobine 16%, I.M. | ||
| Omschrijving produkt | Humaan immunoglobuline, wegwerpspuit bevat 2 ml = 320 mg immunoglobuline. |
|
| Indicaties | | profylaxe van hepatitis A. |
| | deficiëntie van IgG: Zie F6 bij immunoglobuline 6% i.v.! | |
| Toediening | | intramusculair: langzaam, diep spuiten. |
| | na aanprikken/aanbreken: direct gebruiken. | |
| | 0.5 ml bij < 25 kg; 1 ml bij 25-50 kg; 2 ml bij > 50 kg lichaamsgewicht voor 3 maanden hepatitis A profylaxe |
|
| Bijzonderheden | lokale reacties zoals pijn op de injectieplaats kunnen voorkomen. |
|
| Anti-tetanus immunoglobuline
|
||
| Omschrijving produkt | Wegwerpspuit bevat 2 ml =
250 IE (125 IE/ml) anti-tetanus immunoglobuline (menselijk). |
|
| Indicatie | Mogelijkheid van blootstelling
aan tetanus veroorzakende bacteriën (in open wonden) bij niet adequaat gevaccineerde patiënten |
|
| Toediening | Langzaam, diep intramusculair spuiten. | |
| Bijzonderheden | | na oplossen: houdbaar 3 uur bij 4°C. |
| | tijdens de bewaarperiode kan een
lichte troebeling ontstaan. Voor het klinisch gebruik is dit geen beletsel. |
|
| | bij voorkeur voor gebruik de
injectievloeistof op kamertemperatuur brengen. |
|
| | tetanus immunoglobuline
bewerkstelligt passieve immunisatie. Actieve immunisatie moet gelijktijdig geschieden door tetanustoxoid toediening. |
|
| Anti-rhesus (D) immunoglobuline
|
||
| Omschrijving produkt | Flacon bevat 375 IE of 1000 IE anti-rhesus (D) immunoglobuline in 2.0 ml | |
| Indicaties | | 1000 IE wordt in de volgende situaties toegediend aan rhesus (D)-negatieve vrouwen, die nog geen rhesus (D)-antistoffen hebben gevormd: |
| 1 | na de bevalling van een rhesus
(D)-positief kind N.B.: in geval van een foetomaternale bloeding groter dan 20 ml moet naast de standaarddosis van 1000 IE extra 50 IE per ml foetaal bloed worden toegediend op geleide van Kleihauertest. |
|
| 2 | na abortus vanaf 13e week van de zwangerschap | |
| 3 | na externe versie | |
| 4 | na amniocentese na de 26ste week
van de
zwangerschap. Na de bevalling moet opnieuw 1000 IE worden gegeven, indien het kind rhesus (D)-positief is. |
|
| 5 | na navelstrengpunctie | |
| | 375 IE wordt in de volgende situaties oegediend aan rhesus (D)-negatieve vrouwen die nog geen rhesus (D)-antistoffen hebben gevormd: | |
| 1 | na abortus voor de 13e week van de zwangerschap | |
| 2 | na amniocentese voor de 26ste
week van de
zwangerschap. Na de bevalling moet alsnog 1000 IE worden gegeven, indien het kind rhesus (D)-positief is. |
|
| 3 | na beëindiging van een extra-uteriene graviditeit | |
| 4 | bij mola hydatiforma | |
| 5 | bij chorion villus biopsie | |
| | 100 IE per 1 ml gegeven erythrocytenconcentraat wordt gegeven als accidenteel Rhesus (D)-positief erythrocytenconcentraat is toegediend aan Rhesus (D)-negatieve vrouwen in de reproductieve leeftijd. Bij thrombocytenconcentraat wordt uitgegaan van 10 ml erythrocytenconcentraat contaminatie. | |
| Toediening | Intramusculair: langzaam, diep spuiten bij voorkeur in de m. deltoideus. | |
| Bijzonderheden | | na aanprikken: houdbaar 4 uur bij 4°C. |
| | tijdens de bewaarperiode kan een
lichte troebeling ontstaan. Voor het klinisch gebruik is dit geen beletsel. |
|
| | bij voorkeur voor gebruik de injectievloeistof op kamertemperatuur brengen. | |
|
|
|
© VU medisch centrum - afdeling hematologie 08/08/05 |