A
Korthoudbare bloedprodukten

juni 2005

A1  Gefiltreerd erythrocytenconcentraat
A2  Thrombocytenconcentraat
A3  Bestraalde celconcentraten
A4  Gewassen erythrocytenconcentraten
A5  Fresh Frozen Plasma
A6  Parvo virus B19 veilige celconcentraten (én plasma)

A1
Gefiltreerd erythrocytenconcentraat

(erythrocyten, leucocyten verwijderd; gefiltreerde packed cell; GE)

juni 2005 

            
Omschrijving produkt   Per donorunit gemiddeld 260 ml bloed met ht van ± 58%.
Hiervan is circa 100 ml SAGM.
Contaminatie: < 1 x 106 leucocyten en < 15 x 109 thrombocyten per donorunit.
Voor kinderen zijn er units van 60 ml beschikbaar (pedipacks).
        
Indicaties 1 acuut zieke patiënt met ht < 30%
tezamen met één der volgende situaties:
         kritiek ziek zijn rond chirurgische ingreep (< 72 uur)
         opgenomen zijn op I.C.
         noodzaak tot fysieke inspanning bij oudere (> 60 jaar)
         patiënt of anderszins minder valide
         zwangerschap
         uremie
         thrombocytopenie < 50 x 109/l
        
         2 stabiel zieke patiënt met ht < 30%
tezamen met:
         ernstig hart-, long- of vaatlijden
         én met:
         afwezigheid van behandelbare oorzaak van bloedarmoede
        
         3 acute bloeding als het bloedverlies meer bedraagt dan
10 ml/kg lichaamsgewicht (= 15% van bloedvolume)
        
         4 chronische anemie met ht < 30% bij
beenmergfalen door maligne ziekte, chemotherapie e.d.
        
         5 chronische anemie met ht < 30%
tezamen met:
         afwezigheid van behandelbare reden voor bloedarmo
         én met:
         blijk van verminderd circulerend bloedvolume, verminderde
weefseloxygenatie, decompensatio cordis, angina pectoris
        
Compatibiliteitstabel Patiënt Erythrocytenconcentraat
O O
A A of O
B B of O
AB AB, A, B of O
        
           Rhesus (D) positieve patiënten kunnen altijd rhesus (D) negatieve erythrocytenconcentraten ontvangen.
Rhesus (D) negatieve patiënten krijgen alleen bij uitzondering en na overleg rhesus (D) positieve erythrocytenconcentraten.
 
A2
Thrombocytenconcentraat

juni 2005

Omschrijving produkt   Per concentraat gemaakt uit pool van 5 donoren met
minimaal 250 x 109 bloedplaatjes in ± 300 ml plasma. Ook zijn beschikbaar pools van 3 donoren met ± 150 x 109 thrombocyten in ± 150 ml plasma of bewaarvloeistof en 1 donor concentraten met ± 50 x 109/l thrombocyten in ± 50 ml plasma of bewaarvloeistof.
De dosering is 5 x 109 thrombocyten = ± 6 ml/kilogram of 240 x 109 voor volwassenen.
Contaminatie: per 5 donoren pool < 1 x 106 leucocyten en < 1 x 109 erythrocyten.
        
Indicaties 1 thrombocytenaantal < 50 x 109/l
tezamen met:
         actieve bloeding ( ht daling > 6% in 24 uur)
         trauma
         post-operatieve periode (< 3 dagen)
         invasieve ingreep zonder chirurgische hemostase
         opbrengst van thrombocytenconcentraatinfusie te verwachten
is. Nut bij splenomegalie, DIC, autoimmuniteit en andere vormen van toegenomen verbruik is zeer gering of afwezig.
        
         2 thrombocytenaantal < 10 x 109/l
tezamen met:
         beenmergfalen
        
         3 thrombocytendysfunctie
tezamen met:
         actieve bloeding
         of met:
         invasieve ingreep zonder chirurgische hemostase
         diagnose van thrombocytendysfunctie is gesteld door
            
         hemostase-onderzoek of kan worden afgeleid uit het gebruik van acetylsalicylzuur, clopidogrel, de aanwezigheid van uremie of lange extracorporele perfusieduur.
N.B.: andere NSAID's dan acetylsalicylzuur geven slechts een
thrombopathie zolang zij in de circulatie zijn
         en mits:
         de dysfunctie niet kan worden tegengegaan door gebruik van DDAVP, tranexaminezuur of ander antifibrinolyticum of bloedtransfusie.
        
         4 acute massale transfusie zonder gedocumenteerde
thrombocytopenie maar met gedocumenteerd of sterk vermoed bloedverlies van 1 bloedvolume binnen 6 uur (70 ml bloed/kg lichaamsgewicht) of meer.
        
         5 suppletie bij wisseltransfusie
In alle andere gevallen van massale bloeding: zie 1
          
         6 bij ingrepen bij neonaten met te verwachten groot
bloedverlies
        
Compatibiliteitstabel Thrombocytenconcentraten worden het liefst ABO-identiek getransfundeerd. In verband met logistiek kan hier van worden afgeweken, altijd in overleg met de aanvragende arts.
 
Nota bene HLA-gematchte concentraten worden gezocht en gegeven in
geval van indicatie 2 als er geen opbrengst is door de aanwezigheid van HLA- antistoffen.
 
A3
Bestraalde celconcentraten

mei 2011

        
Omschrijving produkt Voor preventie van graft-versus-host-ziekte worden celconcentraten bestraald met 30 Gy.
        
Indicaties autologe stamceltransplantaties, voor de duur van granulocytopenie (< 0.5 x 109/l).
allogene stamceltransplantatie, vanaf 14 dagen vóór conditioning tot 5 jaar na transplantatie
in de 4 weken voorafgaande aan perifere stamcelcollectie
ernstige congenitale, gecombineerde immuundeficiëntie (SCID)
behandeling met antithymocytenglobuline, tot 6 maanden na einde behandeling
behandeling met fludarabine, clofarabine, alemtuzumab, 2-CDA of DCF tot 5 jaar na einde behandeling
HLA-getypeerde celconcentraten
celconcentraten van bloedverwanten
celconcentraten voor intra-uteriene transfusies
  alle pasgeborenen < 1500 gram geboortegewicht
   donorlymfocyten infusie vanaf 14 dagen vóór tot 12 maanden na infusie
  
A4
Gewassen erythrocytenconcentraten

juni 2005

Omschrijving produkt Erythrocytenconcentraten worden ontdaan van plasma door wassing ter voorkoming van IgA-gemediëerde transfusiereacties.
Indicaties IgA-deficiëntie (wassen tot IgAgehalte < 0.5 mg/ml (dit is 0.2 gram eiwit per concentraat) is, door 3 á 6 x wassen).
A5
Fresh Frozen Plasma
(FFP)

juni 2005

Omschrijving produkt Per donor unit 300 ml plasma. Produkt bevat alle stollingsfactoren en circa 50 ml citraatanticoagulans.
Het produkt is na een quarantaine periode én na her-testen van de donor vrijgegeven.
  Voor kinderen zijn er units van 75 ml beschikbaar.
 
Indicaties 1 congenitale stollingsfactordeficiënties waarvoor géén concentraten bestaan
  2 verworven, meervoudige, stollingsfactordeficiënties door:
  synthese problematiek (leverziekte, vitamine K deficiëntie,
coumarine gebruik, asparaginase gebruik)
tezamen met:
  actieve bloeding
of met:
  invasieve ingreep
mits:
  geen mogelijkheid tot correctie anderszins (vitamine K)
en alleen als:
  INR > 1.7
of:
  APTT > 1½ normaal.
  3 verworven, meervoudige, stollingsfactordeficiëntie door:
  verbruik of verdunning
(DIC, transfusie, fibrinolytische therapie)
tezamen met:
  actieve bloeding
of met:
  invasieve ingreep
en alleen als:
  INR > 1.7
of:
  APTT > 1½ normaal
of:
  fibrinogeen < 0.5 g/l
  4 acute massale transfusie
zonder gedocumenteerde stollingsfactordeficiëntie maar met gedocumenteerd of sterk vermoed bloedverlies van 1 bloedvolume (70 ml bloed/kg lichaamsgewicht) of meer.
  5 thrombotische thrombocytopenische purpura
  6 bij ingrepen bij neonaten met te verwachten groot bloedverlies
 
 Compatibiliteitstabel Patiënt Plasma
O O, A, B of AB
  A A of AB
  B B of AB
  AB AB
  De rhesus (D) factor speelt bij plasma geen rol.
 
  Toediening Vervoer zo kort mogelijk; bewaar bij kamertemperatuur of 4° C maar zo kort mogelijk en niet langer dan 2 uur. Transfundeer na snel aan de lucht laten opwarmen tot kamertemperatuur via welk transfusiesysteem dan ook met zo'n transfusiesnelheid als klinisch geïndiceerd maar nooit langzamer dan 1 unit per 2 uur.
 
  Bijzonderheden Let op ABO-(in)compatibiliteit.
Bij massale plasmatransfusie kan metabole alkalose optreden door citraat overbelasting.
 
A6
Parvo virus B19 veilige celconcentraten en plasma

juni 2005
 
  Omschrijving prdukt Voor preventie van Parvo virus overdracht worden bloedprodukten gebruikt van donoren die negatieve tests hebben voor IgG antistoffen tegen B19.
 
  Indicaties intrauteriene transfusies.
  zwangeren, maar niet tijdens de bevalling.
  patiënten met aangeboren of verworven hemolytische anemie die geen anti-B19 antistoffen hebben.
  patiënten met aangeboren of verworven cellulaire immuun-deficiëntie die geen anti-B19 antistoffen hebben.
     
            

© VU medisch centrum - afdeling hematologie   05/05/2011