|
A |
|
A1 Gefiltreerd
erythrocytenconcentraat
A2 Thrombocytenconcentraat
A3 Bestraalde
celconcentraten
A4 Gewassen
erythrocytenconcentraten
A5 Fresh Frozen Plasma
A6 Parvo virus B19 veilige celconcentraten (én plasma)
| A1 Gefiltreerd erythrocytenconcentraat (erythrocyten, leucocyten verwijderd; gefiltreerde packed cell; GE) |
| Omschrijving produkt | Per donorunit gemiddeld
260 ml
bloed met ht van ± 58%. Hiervan is circa 100 ml SAGM. Contaminatie: < 1 x 106 leucocyten en < 15 x 109 thrombocyten per donorunit. |
||||
| Voor kinderen zijn er units van 60 ml beschikbaar (pedipacks). | |||||
| Indicaties | 1 | acuut
zieke patiënt met ht < 30% tezamen met één der volgende situaties: |
|||
| | kritiek ziek zijn rond chirurgische ingreep (< 72 uur) | ||||
| | opgenomen zijn op I.C. | ||||
| | noodzaak tot fysieke inspanning bij oudere (> 60 jaar) | ||||
| patiënt of anderszins minder valide | |||||
| | zwangerschap | ||||
| | uremie | ||||
| | thrombocytopenie < 50 x 109/l | ||||
| 2 | stabiel zieke patiënt
met ht < 30% tezamen met: |
||||
| | ernstig hart-, long- of vaatlijden | ||||
| én met: | |||||
| | afwezigheid van behandelbare oorzaak van bloedarmoede | ||||
| 3 | acute bloeding
als het bloedverlies meer bedraagt dan 10 ml/kg lichaamsgewicht (= 15% van bloedvolume) |
||||
| 4 | chronische anemie met ht
< 30% bij beenmergfalen door maligne ziekte, chemotherapie e.d. |
||||
| 5 | chronische anemie met ht
< 30% tezamen met: |
||||
| | afwezigheid van behandelbare reden voor bloedarmo | ||||
| én met: | |||||
| | blijk van verminderd circulerend bloedvolume, verminderde weefseloxygenatie, decompensatio cordis, angina pectoris |
||||
| Compatibiliteitstabel | Patiënt | Erythrocytenconcentraat | |||
| O | O | ||||
| A | A of O | ||||
| B | B of O | ||||
| AB | AB, A, B of O | ||||
| Rhesus (D) positieve patiënten kunnen altijd rhesus (D) negatieve erythrocytenconcentraten ontvangen. Rhesus (D) negatieve patiënten krijgen alleen bij uitzondering en na overleg rhesus (D) positieve erythrocytenconcentraten. |
|||||
|
|||||
| Omschrijving produkt | Per concentraat gemaakt uit pool van 5 donoren met minimaal 250 x 109 bloedplaatjes in ± 300 ml plasma. Ook zijn beschikbaar pools van 3 donoren met ± 150 x 109 thrombocyten in ± 150 ml plasma of bewaarvloeistof en 1 donor concentraten met ± 50 x 109/l thrombocyten in ± 50 ml plasma of bewaarvloeistof. De dosering is 5 x 109 thrombocyten = ± 6 ml/kilogram of 240 x 109 voor volwassenen. Contaminatie: per 5 donoren pool < 1 x 106 leucocyten en < 1 x 109 erythrocyten. |
||||
| Indicaties | 1 | thrombocytenaantal < 50 x 109/l tezamen met: |
|||
| | actieve bloeding ( ht daling > 6% in 24 uur) | ||||
| | trauma | ||||
| | post-operatieve periode (< 3 dagen) | ||||
| | invasieve ingreep zonder chirurgische hemostase | ||||
| | opbrengst van thrombocytenconcentraatinfusie te verwachten is. Nut bij splenomegalie, DIC, autoimmuniteit en andere vormen van toegenomen verbruik is zeer gering of afwezig. |
||||
| 2 | thrombocytenaantal < 10 x 109/l tezamen met: |
||||
| | beenmergfalen | ||||
| 3 | thrombocytendysfunctie tezamen met: |
||||
| | actieve bloeding | ||||
| of met: | |||||
| | invasieve ingreep zonder chirurgische hemostase | ||||
| | diagnose van thrombocytendysfunctie is gesteld door | ||||
| hemostase-onderzoek of kan worden afgeleid uit het gebruik van acetylsalicylzuur, clopidogrel, de aanwezigheid van uremie of lange extracorporele perfusieduur. N.B.: andere NSAID's dan acetylsalicylzuur geven slechts een thrombopathie zolang zij in de circulatie zijn |
|||||
| en mits: | |||||
| | de dysfunctie niet kan worden tegengegaan door gebruik van DDAVP, tranexaminezuur of ander antifibrinolyticum of bloedtransfusie. | ||||
| 4 | acute massale transfusie zonder gedocumenteerde thrombocytopenie maar met gedocumenteerd of sterk vermoed bloedverlies van 1 bloedvolume binnen 6 uur (70 ml bloed/kg lichaamsgewicht) of meer. |
||||
| 5 | suppletie bij wisseltransfusie In alle andere gevallen van massale bloeding: zie 1 |
||||
| 6 | bij ingrepen bij neonaten met te verwachten groot bloedverlies |
||||
| Compatibiliteitstabel | Thrombocytenconcentraten worden het liefst ABO-identiek getransfundeerd. In verband met logistiek kan hier van worden afgeweken, altijd in overleg met de aanvragende arts. | ||||
| Nota bene | HLA-gematchte concentraten worden gezocht en gegeven in geval van indicatie 2 als er geen opbrengst is door de aanwezigheid van HLA- antistoffen. |
||||
| A3 Bestraalde celconcentraten |
| Omschrijving produkt | Voor preventie van graft-versus-host-ziekte worden celconcentraten bestraald met 30 Gy. | |
| Indicaties | | autologe stamceltransplantaties,
voor de duur van granulocytopenie (< 0.5 x 109/l). allogene stamceltransplantatie, vanaf 14 dagen vóór conditioning tot 5 jaar na transplantatie |
| | in de 4 weken voorafgaande aan perifere stamcelcollectie | |
| | ernstige congenitale, gecombineerde immuundeficiëntie (SCID) | |
| | behandeling met antithymocytenglobuline, tot 6 maanden na einde behandeling | |
| | behandeling met fludarabine, clofarabine, alemtuzumab, 2-CDA of DCF tot 5 jaar na einde behandeling | |
| | HLA-getypeerde celconcentraten | |
| | celconcentraten van bloedverwanten | |
| | celconcentraten voor intra-uteriene transfusies | |
| | alle pasgeborenen < 1500 gram geboortegewicht | |
| | donorlymfocyten infusie vanaf 14 dagen vóór tot 12 maanden na infusie | |
| A4 Gewassen erythrocytenconcentraten |
| Omschrijving produkt | Erythrocytenconcentraten worden ontdaan van plasma door wassing ter voorkoming van IgA-gemediëerde transfusiereacties. | |
| Indicaties | | IgA-deficiëntie (wassen tot IgAgehalte < 0.5 mg/ml (dit is 0.2 gram eiwit per concentraat) is, door 3 á 6 x wassen). |
|
|||||
| Omschrijving produkt | Per
donor unit 300 ml plasma. Produkt bevat alle stollingsfactoren en circa 50
ml citraatanticoagulans. Het produkt is na een quarantaine periode én na her-testen van de donor vrijgegeven. |
||||
| Voor kinderen zijn er units van 75 ml beschikbaar. | |||||
| Indicaties | 1 | congenitale stollingsfactordeficiënties waarvoor géén concentraten bestaan | |||
| 2 | verworven, meervoudige, stollingsfactordeficiënties door: | ||||
| • | synthese
problematiek (leverziekte, vitamine K deficiëntie, coumarine gebruik, asparaginase gebruik) tezamen met: |
||||
| • | actieve
bloeding of met: |
||||
| • | invasieve
ingreep mits: |
||||
| • | geen
mogelijkheid tot correctie anderszins (vitamine K) en alleen als: |
||||
| • | INR > 1.7 of: |
||||
| • | APTT > 1½ normaal. | ||||
| 3 | verworven, meervoudige, stollingsfactordeficiëntie door: | ||||
| • | verbruik of
verdunning (DIC, transfusie, fibrinolytische therapie) tezamen met: |
||||
| • | actieve
bloeding of met: |
||||
| • | invasieve
ingreep en alleen als: |
||||
| • | INR
> 1.7 of: |
||||
| • | APTT
> 1½ normaal of: |
||||
| • | fibrinogeen < 0.5 g/l | ||||
| 4 | acute
massale transfusie zonder gedocumenteerde stollingsfactordeficiëntie maar met gedocumenteerd of sterk vermoed bloedverlies van 1 bloedvolume (70 ml bloed/kg lichaamsgewicht) of meer. |
||||
| 5 | thrombotische thrombocytopenische purpura | ||||
| 6 | bij ingrepen bij neonaten met te verwachten groot bloedverlies | ||||
| Compatibiliteitstabel | Patiënt | Plasma | |||
| O | O, A, B of AB | ||||
| A | A of AB | ||||
| B | B of AB | ||||
| AB | AB | ||||
| De rhesus (D) factor speelt bij plasma geen rol. | |||||
| Toediening | Vervoer zo kort mogelijk; bewaar bij kamertemperatuur of 4° C maar zo kort mogelijk en niet langer dan 2 uur. Transfundeer na snel aan de lucht laten opwarmen tot kamertemperatuur via welk transfusiesysteem dan ook met zo'n transfusiesnelheid als klinisch geïndiceerd maar nooit langzamer dan 1 unit per 2 uur. | ||||
| Bijzonderheden | Let op ABO-(in)compatibiliteit. Bij massale plasmatransfusie kan metabole alkalose optreden door citraat overbelasting. |
||||
| A6 Parvo virus B19 veilige celconcentraten en plasma |
juni 2005 |
||||
| Omschrijving prdukt | Voor preventie van Parvo virus overdracht worden bloedprodukten gebruikt van donoren die negatieve tests hebben voor IgG antistoffen tegen B19. | ||||
| Indicaties | • | intrauteriene transfusies. | |||
| • | zwangeren, maar niet tijdens de bevalling. | ||||
| • | patiënten met aangeboren of verworven hemolytische anemie die geen anti-B19 antistoffen hebben. | ||||
| • | patiënten met aangeboren of verworven cellulaire immuun-deficiëntie die geen anti-B19 antistoffen hebben. | ||||
| |||||