|
B |
|
B1 Aanvraagprocedures
voor korthoudbare bloedprodukten, volwassenen
B1.1 Aanvragen van erythrocyten
B1.2 Aanvragen van thrombocytenconcentraten
B1.3 Aanvragen van
fresh frozen plasma
B2
Aanvraagprocedures
voor korthoudbare bloedprodukten, kinderen
B2.1 Aanvragen van erythrocytenconcentraten voor kinderen
B2.2 Aanvragen van thrombocytenconcentraten en fresh frozen plasma voor kinderen
B3 Aanvragen van alleen laboratoriumbepalingen
B3.1 Aanvragen van Type & Screen (T&S)
B3.2 Bloedgroeponderzoek
bij neonaten
B3.3 Directe
Coombs test bij jonge neonaten
B4 Laboratoriumbepalingen
B4.1 Type
& Screen (T&S)
B4.2 Kruisproeven
B5 Uitgifte, transport en bewaren van korthoudbare
bloedprodukten
B5.1 Uitgifte
B5.2 Transport
B5.3 Bewaren en houdbaarheid
B6 Toediening van korthoudbare bloedprodukten
B6.1 Verplichte controles vóór toedienen
B6.2 Toedienen
B6.3 Bijzondere situaties
B6.4 Registratie van de
transfusie
| B1 Aanvraagprocedures voor korthoudbare bloedprodukten, volwassenen |
|
| B1.1 Aanvragen van erythrocyten |
augustus
2005 |
|
Standaardprocedure |
Voor de uitgifte van erythrocytenconcentraten is een geldige Type & Screen (T&S, B4.1) nodig. T&S en erythrocytenconcentraten kunnen gelijktijdig worden aangevraagd, maar het kan ook zijn dat een eerdere T&S van de patiënt nog geldig is. |
|
|
Een T&S, verricht niet langer dan 3x 24 uur geleden, is altijd geldig. De datum van uitvoeren geldt hierbij als eerste 24 uur. |
||
|
Een T&S is langer geldig (nl. 42 dagen) indien met zekerheid vast staat dat: |
||
|
|
de patiënt de laatste 3 maanden vóór de T&S en sinds de T&S niet is getransfundeerd en |
|
|
|
de patiënt de laatste 3 maanden vóór de T&S en sinds de T&S niet zwanger is (geweest) |
|
|
Wanneer
er vervolgens een bloedprodukt is geleverd, of de patiënt elders is
getransfundeerd, wordt de geldigheid van de T&S teruggebracht tot 3 x
24 uur vanaf leveren of transfusie elders. |
||
|
|
Bij een geldige T&S kunnen telefonisch erythrocytenconcentraten worden aangevraagd, indien de T&S korter dan 3 dagen tevoren is uitgevoerd. Anders dient een nieuw aanvraagformulier aanvraag type en screen aanvraag bloedprodukten te worden ingestuurd. Vragen over transfusiehistorie en zwangerschap moeten met zekerheid worden ingevuld! |
|
| |
Indien er geen geldige T&S aanwezig is, wordt deze
gelijktijdig met de erythrocytenconcentraten aangevraagd. Daarvoor nagaan
of de patiënt in het bezit is van een bloedgroepkaartje. Op het aanvraag formulier moeten secties aanvraag
type en screen en aanvraag
bloedprodukten volledig worden ingevuld. Het formulier moet,
ondertekend en met een stolbuis met bloed voorzien van naam en
registratienummer van de patiënt, worden afgeleverd op de
bloedtransfusiedienst. |
|
|
De levertijd van erythrocytenconcentraten is afhankelijk van de geldigheid
van de T&S en de uitslag van de Screen. Bij een geldige T&S en een
negatieve Screen (geen
irregulaire antistoffen aangetoond) worden produkten binnen enkele uren
geleverd. |
||
| Spoedprocedure | Bij spoedaanvragen van
erythrocytenconcentraten is het belangrijk dat de
behandelend arts de bloedtransfusiedienst telefonisch inlicht over de
benodigde spoed. Op de bloedtransfusiedienst dienen dezelfde testen te worden uitgevoerd als bij de standaardprocedure. Spoedaanvragen worden echter met voorrang behandeld. |
|
| De levertijd is afhankelijk van: | ||
| 1 | of er al een geldige T&S is en | |
| 2 |
of de patiënt irregulaire antistoffen (positieve Screen) heeft, zoals vermeld onder standaard procedure. |
|
| Noodprocedure (ongekruist) |
In
levensbedreigende situaties kan het voorkomen dat er niet gewacht kan
worden op de standaardprocedure. |
|
|
Ongekruiste erythrocytenconcentraten zijn herkenbaar aan de sticker
‘ongekruist’. Een schriftelijke aanvraag voor ongekruiste produkten, ondertekend door de behandelend specialist, is achteraf vereist. Erythrocytenconcentraten die ongekruist zijn uitgegeven, worden direct, maar uiteraard achteraf, gekruist. |
||
| Geplande
OK, pre-operatieve aanvraag |
Op de OK en de bloedtransfusiedienst is er een afsprakenlijst aanwezig waarop staat aangegeven welke ingrepen in aanmerking komen voor: | |
| 1 | het uitvoeren van de T&S en op voorhand levering van erythrocyten- concentraten of | |
| 2 | alleen het uitvoeren van de T&S | |
| Als de ingreep niet op de afsprakenlijst voorkomt, wordt de T&S alleen in overleg gedaan. | ||
|
Meestal worden de T&S en de eventuele erythrocytenconcentraten één dag voor OK gezamenlijk aangevraagd (A), maar de T&S kan ook ruim van tevoren worden aangevraagd (B). |
||
|
Procedure A (één dag voor OK): | ||
|
Nagaan of de patiënt in het bezit is van een bloedgroepkaartje. Op het
aanvraagformulier de secties aanvraag type en screen aanvraag bloedprodukten invullen. Het aantal
bloedprodukten aanvragen zoals
aangegeven op de afsprakenlijst. Het formulier ondertekenen en afleveren
op het KCL of de bloedtransfusiedienst. | ||
|
| ||
|
Procedure B (ruim van tevoren): | ||
|
Een T&S is altijd minimaal 3x 24 uur geldig, waarbij de datum van
insturen als eerste 24 uur geldt. | ||
|
Een T&S is 42 dagen geldig indien met zekerheid vast staat dat: | ||
|
|
de patiënt de laatste 3 maanden vóór de T&S en sinds de T&S niet is getransfundeerd en | |
|
|
de patiënt de laatste 3 maanden vóór de T&S en sinds de T&S niet zwanger is (geweest). | |
|
Wanneer er vervolgens een bloedprodukt is geleverd, of de patiënt elders is
getransfundeerd, wordt de geldigheid van de T&S teruggebracht tot 3x
24 uur vanaf dat moment. | ||
|
| ||
|
Voor de aanvraag van de T&S, nagaan of de patiënt in het bezit is van een bloedgroepkaartje. Op het aanvraagformulier moet de sectie aanvraag type en screen met zekerheid volledig worden ingevuld. Formulier ondertekenen en met een stolbuis met bloed, voorzien van naam en registratienummer van de patiënt, afleveren op het KCL of de bloedtransfusie. | ||
|
| ||
|
Daags voor de OK eventuele erythrocytenconcentraten (aantal volgens afsprakenlijst) bestellen. | ||
|
| ||
|
Deze kunnen telefonisch worden aangevraagd, tenzij de T&S langer dan 3 dagen tevoren is uitgevoerd. In dat geval dient een nieuw aanvraagformulier te worden ingevuld (secties aanvraag type en screen en aanvraag bloedprodukten) en ondertekend. Vragen over transfusiehistorie en zwangerschap met zekerheid invullen! | ||
|
| ||
|
| ||
|
Als bij een patiënt irregulaire antistoffen worden gevonden (positieve Screen), overlegt de bloedtransfusiedienst daags voor de OK met de anesthesioloog over het te volgen beleid. | ||
|
| ||
|
’s Ochtends geeft de bloedtransfusiedienst aan de hand van het OK
programma aan de receptie van de OK door voor welke patiënten er
bloedprodukten en/of een geldige T&S aanwezig zijn/is. | ||
|
| ||
|
Het is de verantwoordelijkheid van de anesthesioloog om vóór de ingreep de aanwezigheid van het juiste aantal erythrocyten- concentraten en/of geldige T&S te controleren | ||
| Per-operatieve aanvraag |
Indien er nog geen geldige T&S van de patiënt is, spoedprocedure volgen. | |
| B1.2 Aanvragen van thrombocytenconcentraten |
|
Standaardprocedure |
Thrombocytenconcentraten kunnen alleen (telefonisch) worden aangevraagd via
de dienstdoende hematoloog. Deze is te bereiken op tracer *98 248 en
buiten kantoortijden via de bloedtransfusiedienst. Uitzonderingen zijn
aanvragen op geleide van protocollen die door de afdeling anesthesiologie,
IC of kindergeneeskunde zijn gemaakt in overleg met de
bloedtransfusiedienst. Dan kunnen aanvragen telefonisch direct bij de
bloedtransfusiedienst worden ingediend. | |
|
Spoedprocedure |
Ook in spoedgevallen kunnen thrombocytenconcentraten (buiten bij de
standaardprocedure beschreven protocollen) alleen (telefonisch) worden
aangevraagd via de dienstdoende hematoloog. Deze is te bereiken op tracer *98 248 en buiten kantoortijden via de
bloedtrans- fusiedienst. | |
| B1.3 Aanvragen van fresh frozen plasma |
|
Standaardprocedure |
Plasma kan alleen (telefonisch) worden aangevraagd via de dienstdoende
hematoloog. Deze is te bereiken op tracer *98 248 en buiten kantoortijden
via de bloedtransfusiedienst. | |
|
|
het protocol voor acuut massaal bloedverlies | |
|
|
het protocol voor cardiovasculaire ingrepen | |
|
|
bestaande protocollen die door de afdelingen anesthesiologie of IC zijn gemaakt in overleg met de bloedtransfusiedienst. |
|
|
Binnen deze protocollen kunnen aanvragen telefonisch direct bij de
bloedtransfusiedienst worden ingediend. | ||
| Spoedprocedure |
Ook in spoedgevallen kunnen plasma’s (buiten de bij de standaard-
procedure beschreven protocollen) alleen (telefonisch) worden aangevraagd
bij de dienstdoende hematoloog. Deze is te bereiken op tracer *98 248 en
buiten kantoortijden via de bloedtransfusiedienst. Nood kenbaar maken. Alleen in acute levensbedreigende situaties worden er plasma’s geleverd zonder dat de bloedgroep van de patiënt is bepaald. Een T&S moet achteraf alsnog worden aangevraagd. Plasma’s moeten voor levering ontdooid worden op de bloedtrans- fusiedienst. De levertijd is daarom altijd 30 minuten. | |
| B2 Aanvraagprocedures voor korthoudbare bloedprodukten, kinderen |
|
| B2.1 Aanvragen van erythrocytenconcentraten voor kinderen |
|
|
Neonaten (< 12 weken) |
Voor
de uitgifte van een erythrocytenconcentraat voor een neonaat wordt een
Type van het kind en een T&S van de moeder
bepaald. Daarvoor is er van het kind een vol micro-stolbuisje (zonder
gel) nodig, voorzien van naam en registratienummer van het kind. Van de moeder is een stolbuis met bloed nodig. Indien er gedurende de laatste 48 uur materiaal van de moeder is ingestuurd vanwege het zwangerenprotocol, is dat materiaal reeds aanwezig op de bloedtransfusiedienst. Anders een stolbuis met bloed van de moeder (voorzien van naam, geboortedatum en indien mogelijk registratie- nummer van de moeder) meesturen. Bij twijfel bloedtransfusiedienst bellen. Op het aanvraagformulier voor bloedprodukten met gegevens van het kind de secties aanvraag bloedprodukten en aanvraag kinderen tot 1 jaar invullen en ondertekenen. Het formulier met het stolbuisje van het kind en eventueel de stolbuis van de moeder afleveren op de bloed- transfusiedienst. Voor zowel het kind als voor de moeder geldt: indien de bloedgroep van de patiënt niet eerder in het VUmc is bepaald, dient de eerste stolbuis gevolgd te worden door een tweede stolbuis. Het is essentieel dat deze tweede buis onafhankelijk van de eerste stolbuis is afgenomen. Er wordt standaard een klein erythrocytenconcentraat met een volume van 60 ml uitgegeven. Normale levertijd voor erythrocytenconcentraten bedraagt enkele uren. Indien spoed, dit telefonisch kenbaar maken aan de bloedtransfusie- dienst. Als de Screen negatief blijkt, bedraagt de levertijd van het erythrocytenconcentraat dan 1 uur. Bij aanwezigheid van antistoffen (bij de moeder) loopt dit op tot minimaal enkele uren. | |
|
Andere kinderen < 1 jaar |
De aanvraag verschilt op drie punten van een aanvraag voor volwassenen | |
| | Op het aanvraagformulier sectie aanvraag kinderen tot 1 jaar invullen i.p.v. de sectie aanvraag type en screen. | |
| | Op het aanvraagformulier de hoeveelheid erythrocytenconcentraat opgeven, die gewenst is voor transfusie, zodat het juiste produkt qua grootte kan worden geselecteerd. | |
| | Bij het insturen van materiaal van het kind kan een micro-stolbuisje (zonder gel) de standaard maat stolbuis vervangen. | |
|
N.B.:
Het insturen van bloed van de moeder is niet nodig. | ||
| De levertijd voor kinderen is altijd minimaal 1 uur i.v.m. de volledige kruisproef. De enige uitzondering hierop zijn ongekruiste produkten (noodprocedure). | ||
| Kinderen ≥ 1 jaar | De aanvraag van erythrocytenconcentraten voor kinderen ouder dan 1 jaar, verschilt niet van de aanvraag voor volwassenen. Bij het insturen van materiaal van het kind, kan een vol stolbuisje van 3 ml de standaard maat stolbuis vervangen. | |
| B2.2 Aanvraag van thrombocytenconcentraten en fresh frozen plasma voor kinderen |
|
Voor kinderen zijn er thrombocytenconcentraten en plasma’s in diverse
groottes (zie onder produktomschrijving). Door de hoeveelheid op te geven, die
gewenst is voor transfusie, kan het juiste produkt qua grootte worden
geselecteerd. Bij het insturen van materiaal van het kind jonger dan 1 jaar kan een micro-stolbuisje (zonder gel) de standaard maat stolbuis vervangen. Bij kinderen van één jaar of ouder kan een stolbuisje van 3 ml de standaard maat stolbuis vervangen. De aanvraag verschilt verder niet van die voor volwassenen (zie daar). Het insturen van bloed van de moeder is niet nodig. | ||
| B3 Aanvragen voor alleen laboratoriumbepalingen |
| B3.1 Aanvragen van Type & Screen (T&S) |
| Bij het aanvragen van een T&S altijd nagaan of de patiënt een bloedgroepkaartje in zijn bezit heeft. Verder is er nodig: | ||
| | Een aanvraagformulier voor bloedprodukten waarop sectie aanvraag type en screen volledig is ingevuld en dat is ondertekend. | |
| | Een stolbuis met bloed van de patiënt met daarop naam en registratienummer van de patiënt | |
| | Van patiënten van wie nog niet eerder de bloedgroep in het VU medisch centrum is bepaald, moet de bloedtransfusiedienst beschikken over een tweede stolbuis. Het is essentieel dat deze onafhankelijk van de eerste buis is afgenomen. | |
| De T&S aanvraag is onderdeel van de aanvraag van bloedprodukten. Een T&S aanvragen zonder bloedprodukten, kan alleen voor een OK die volgens de afsprakenlijst geïndiceerd is voor een T&S, of in het kader van het zwangerenprotocol. Het aanvragen van alleen een T&S buiten deze afspraken vereist overleg met de bloedtransfusiedienst. | ||
| Zie voor uitslag en geldigheid van een T&S B1.1 en B4.1. | ||
| Zwangerenprotocol |
Het zwangerenprotocol verschilt met de bovenstaande procedure doordat er bij
nieuwe patiënten niet direct een tweede buis hoeft te worden ingestuurd,
behalve als de bloedgroepuitslag direct van belang is. | |
| B3.2 Bloedgroeponderzoek bij neonaten |
|
Voor dit onderzoek is een micro-stolbuisje (zonder gel) voorzien van naam en
registratienummer van het kind nodig. Buisje met een ondertekend
aanvraagformulier voor bloedprodukten waarop de sectie aanvraag kinderen tot 1 jaar is ingevuld, afleveren bij de
bloedtransfusiedienst. | ||
| B3.3 Directe Coombs test bij jonge neonaten |
|
Voor neonaten tot 5 dagen oud kan met het aanvraagformulier voor
bloedprodukten ook een directe Coombs test worden aangevraagd. Aankruisen
onder sectie aanvraag kinderen tot 1
jaar. Uitslagen zijn dezelfde dag nog te vinden in het ZIS: PATIEN pakket BLG. Indien de test positief is, wordt de behandelaar van de patiënt direct telefonisch op de hoogte gesteld. | ||
| B4 Laboratoriumbepalingen |
| B4.1 Type & Screen (T&S) |
| De Type en Screen worden altijd gezamenlijk aangevraagd. De enige uitzondering hierop zijn kinderen < 1 jaar, van wie nooit een Screen wordt gedaan. | ||
|
Type (bloedgroepbepaling) |
Hierbij wordt de ABO- en rhesus-(D)-bloedgroep van de patiënt bepaald. De bloedtransfusiedienst is verplicht een bloedgroep als onbekend te beschouwen totdat deze uit twee stolbuizen is bepaald. Daarbij moeten de twee buizen onafhankelijk van elkaar zijn afgenomen. Met onafhankelijk wordt bedoeld op een ander tijdstip waarbij de identiteit van de patiënt opnieuw wordt vastgesteld en bij voorkeur door een ander persoon. Indien de bloedgroep van een patiënt al eerder is bepaald in het VUmc, kan worden volstaan met een enkele stolbuis waarvan op de bloedtransfusiedienst de bloedgroep wordt geverifieerd met de reeds bekende bloedgroep. | |
|
Screen (screening, antistofscreening) |
In de Screen wordt bepaald of de patiënt irregulaire erytrocyten-
antistoffen heeft, waarmee rekening mee moet worden gehouden bij de selectie
van een erytrocytenconcentraat. Irregulaire erytrocyten- antistoffen kunnen
zijn gevormd als gevolg van eerdere transfusie of zwangerschap maar kunnen ook
spontaan voorkomen. In de test wordt het serum van de patiënt bij 37° C
gekruist tegen een 3-cellig erytrocytenpanel waarop alle klinisch relevante
antigenen aanwezig zijn. Bij een negatieve screening kan er direct een erythrocytenconcentraat geselecteerd worden op grond van ABO en rhesus (D) compatibiliteit. Bij een positieve screening vindt er verder onderzoek plaats met uitgebreide panels naar de specificiteit van de aangetoonde antistof(fen) zodat een daarvoor compatibel erythrocytenconcentraat kan worden geselecteerd. Dit kan vaak binnen een paar uur, maar duurt soms enkele dagen. In het zwangerenprotocol wordt met de Screen gekeken naar irregulaire erythrocyten-antistoffen die mogelijk van belang zijn bij de zwangerschap. De Screen wordt niet uitgevoerd bij kinderen < 1 jaar. Bij OK’s waarbij de hart/longmachine wordt gebruikt, is de Screen uitgebreid in de zin dat er ook bij lagere temperaturen gekeken wordt naar reacties van het serum van de patiënt met de erythrocyten van het testpanel. | |
| Uitslag van T&S |
Indien in de Screen nieuwe
antistoffen worden aangetoond, wordt de behandelaar van de patiënt direct
telefonisch (en op een later tijdstip ook schriftelijk) op de hoogte gesteld.
Via de behandelend arts ontvangt de patiënt een bloedgroepkaartje dat wordt
uitgegeven door de bloedtransfusiedienst en waarop de specificiteit van de
irregulaire antistof staat vermeld. Verder zijn de uitslagen van de T&S te vinden in het ZIS, pakket BLG van PATIEN. Als er staat: ‘bloedgroepgegevens zijn in behandeling’, is een tweede stolbuis nog niet verwerkt. ‘Datum laatste screening’ is belangrijk voor de geldigheid van de T&S. Indien met de Screen geen antistoffen zijn aangetoond (en ook niet eerder), staat de screeningsdatum wel vermeld maar staan er onder ‘bijzonderheden’ geen antistoffen. De specificiteiten van ooit bij de patiënt aangetoonde antistoffen in de Screen staan onder ‘bijzonderheden’. | |
| Geldigheid van de T&S |
Het verlopen van de T&S wordt bepaald door het risico dat de patiënt
nieuwe antistoffen vormt als gevolg van (eerdere) transfusie of zwangerschap. Een T&S, verricht gedurende de laatste 3x 24 uur, is altijd geldig. De datum van uitvoeren geldt hierbij als eerste 24 uur. Een T&S is langer geldig (nl. 42 dagen) indien met zekerheid vast staat dat: | |
| | de patiënt de laatste 3 maanden vóór de T&S en sinds de T&S niet is getransfundeerd en | |
| | de patiënt de laatste 3 maanden vóór de T&S en sinds de T&S niet zwanger is (geweest). | |
|
Wanneer er vervolgens een bloedprodukt is geleverd, of de patiënt elders is
getransfundeerd, wordt de geldigheid van de T&S teruggebracht tot 3x 24 uur vanaf het moment van leveren of transfusie elders. De datum van de laatste T&S (aanvraag) is te vinden in het ZIS: PATIEN, pakket BLG. De geldigheid van een T&S kan altijd worden nagevraagd bij de bloedtransfusiedienst. | ||
| B4.2 Kruisproeven |
| Indien er een geldige T&S is, kan er een compatibel bloedprodukt worden geselecteerd. In geval van een erythrocytenconcentraat wordt er voor de uitgifte (voor extra zekerheid) ook nog een kruisproef uitgevoerd met het serum van de patiënt en de erythrocyten van het concentraat. Dit kan een korte kruisproef of een volledige kruisproef zijn. Alleen bij de noodprocedure worden er ongekruiste erythrocytenconcentraten uitgegeven. | ||
| Korte kruisproef (zoutkruisproef) |
In deze test wordt alleen de aanwezigheid van direct reagerende antistoffen
uitgesloten. Er wordt gekozen voor de korte kruisproef als de Screen van
de patiënt negatief is en er ook nooit eerder irregulaire erythrocyten-antistoffen zijn aangetoond. De korte kruisproef is een techniek zonder hulpstof en wordt uitgevoerd bij kamertemperatuur. Een korte kruisproef neemt 15 minuten in beslag. | |
| Volledige kruisproef (met hulpstof) | Deze wordt uitgevoerd indien er sprake is van | |
| | positieve screening: nu of in het verleden zijn irregulaire erythrocyten-antistoffen bij de patiënt aangetoond | |
| | erythrocytenconcentraten voor kinderen < 1 jaar. Bij neonaten tot 12 weken, wordt er ook volledig gekruist met serum van de moeder. | |
| In deze techniek wordt er gebruik gemaakt van een hulpstof. Er wordt geïncubeerd bij kamertemperatuur en bij 37° C. Door de toevoeging van anti-IgG worden ook incomplete antistoffen aangetoond. De volledige kruisproef neemt 1 uur in beslag. | ||
| B5 Uitgifte, transport en bewaren van korthoudbare bloedprodukten |
| B5.1 Uitgifte |
|
Op elk bloedprodukt dat wordt uitgegeven zit een sticker met daarop gegevens
van het bloedprodukt én gegevens van patiënt aan wie het produkt mag
worden toegediend. Bij elk bloedprodukt zit tevens een
transfusieformulier. Afdelingen halen zelf de bloedprodukten op bij de bloedtransfusiedienst. De enige uitzondering hierop zijn de OKs: pre-operatief aangevraagde produkten voor OK6 en OKAVB worden afgeleverd door bloedtransfusiedienst, evenals per-operatief aangevraagde produkten voor de OKAVB. Per-operatief aangevraagde produkten voor OK6 worden vervoerd door de transportdienst. Degene die een bloedprodukt ophaalt/wegbrengt tekent dit af in de uitgifteklapper op de bloedtransfusiedienst. Naam, afdeling, tijdstip en de produktnummers worden genoteerd. | ||
| B5.2 Transport |
|
Transport dient zo kort mogelijk te duren. Erythrocytenconcentraten worden bij voorkeur vervoerd in een koelbox of -tas. Thrombocytenconcentraten behoren tijdens transport te zijn gescheiden van erythrocytenconcentraten en plasma, i.v.m. verschil in bewaartemperatuur. | ||
| B5.3 Bewaren en houdbaarheid |
|
Erythrocytenconcentraten mogen op afdelingen worden bewaard in een speciaal daarvoor toegeruste
bloedkoelkast en niet in andere koelkasten (b.v. medicijn- of
huishoudkoelkast). Wanneer erythrocytenconcentraten uit de bloedkoelkast
worden gehaald, moeten die binnen 6 uur zijn getransfundeerd. Dit betekent
voor afdelingen die geen bloedkoelkast tot hun beschikking hebben, dat dit
tijdsbestek bij het afhalen van de produkten ingaat. De uiterste
transfusietijd van elk produkt staat vermeld op het transfusieformulier.
Op een afdeling zonder bloedkoelkast worden erythrocytenconcentraten in een
koelbox of –tas (zonder koelelementen) bewaard tot 20 minuten voor
transfusie. Bij gebruik van een spuitenpomp mag een erythrocytenconcentraat tot maximaal twee keer worden aangeprikt. Alle spuiten dienen te zijn toegediend voor de uiterste transfusietijd van de zak én altijd binnen 6 uur vanaf de eerst keer aanprikken (ook al worden ze in de bloedkoelkast bewaard). Thrombocytenconcentraten worden altijd direct na aankomst getransfundeerd. Bij onvoorziene omstandigheden kunnen thrombocytenconcentraten bij kamertemperatuur kort worden bewaard. De uiterste transfusietijd, vermeld op het transfusieformulier, is maximaal 6 uur na uitgifte. Bij een aanzienlijk uitstel van de transfusie, moeten thrombocytenconcentraten retour gebracht worden naar de bloedtransfusiedienst. Bij gebruik van een spuitenpomp mag een thrombocytenconcentraat maximaal twee keer worden aangeprikt en alleen binnen een tijdsbestek van 2 uur. Gevulde spuiten moeten direct worden aangesloten en gebruikt voor transfusie. Ook plasma’s worden altijd direct na aankomst getransfundeerd. Bij onvoorziene omstandigheden kunnen ze bij kamertemperatuur of in een bloedkoelkast zeer kort worden bewaard. De uiterste transfusietijd, vermeld op het transfusieformulier, is 2 uur na het ontdooien op de bloedtransfusiedienst. De kwaliteit van een ontdooid plasma loopt snel achteruit. Niet gebruikte bloedprodukten dienen zo spoedig mogelijk retour te worden gebracht naar de bloedtransfusiedienst. Alleen erythrocytenconcentraten mogen in de speciale bloedkoelkasten blijven liggen en worden door de bloedtransfusiedienst opgehaald. Een bloedkoelkast is een koelkast die speciaal voor het bewaren van bloed is ontworpen. Over het beheer van een bloedkoelkast moeten afspraken met de bloedtransfusiedienst bestaan. | ||
| B6 Toediening van korthoudbare bloedprodukten |
| B6.1 Verplichte controles vóór toedienen |
|
Alle controles dienen door twee personen (artsen of verpleegkundigen)
onafhankelijk te worden uitgevoerd. Controleer naam, geboortedatum en registratienummer van de patiënt op het transfusieformulier met de gegevens op de zak. |
||
| | Controleer of het bloedproduktnummer, ABO-bloedgroep en rhesusfactor van het produkt op de sticker op de zak overeenkomen met de gegevens op het transfusieformulier en het (grote) etiket van het bloedprodukt. | |
| | Controleer of de bloedgroep (inclusief rhesusfactor) van de patiënt en het produkt op de sticker overeenkomen. Indien ze van elkaar afwijken, moet door de bloedtransfusiedienst op het transfusieformulier zijn ingevuld dat dit verschil geoorloofd is. Kijk hierbij na of de ingevulde bloedgroepen overeenkomen met de gegevens op de sticker. | |
| | Controleer of het produkt de vereiste voorbehandeling heeft gehad, zoals bijv. bestralen. | |
| | Controleer of het bloedprodukt in zijn geheel kan en zal zijn toegediend voor het tijdstip dat staat vermeld op het transfusieformulier. | |
| | Controleer
bij het aanhangen van de zak, MET TWEE PERSONEN AAN BED, de identiteit van
de patiënt. Dit kan door het registratienummer op het polsbandje te
controleren of hem/haar te vragen naar naam en geboortedatum. Deze
gegevens controleren met de patiëntengegevens op de zak. |
|
| Het totaal van deze controles wordt door beide personen afgetekend bij de registratie van de transfusie. | ||
| B6.2 Toedienen |
|
Bloedprodukten worden toegediend op kamertemperatuur. Gekoelde
produkten
warmen aan de lucht op tot kamertemperatuur in 20 minuten. Het toedienen gaat via een (conventioneel) infuussysteem dat nergens anders voor wordt gebruikt dan voor de transfusie van bloedprodukten. In het toedieningssysteem moet een filter van 170 µm zijn opgenomen. Zo’n systeem wordt minimaal eens per 24 uur vervangen. Thrombocytenconcentraten worden echter altijd via een ongebruikt infuussysteem toegediend. Het infuussysteem moet vooraf worden gevuld. Dat mag alleen met een zoutoplossing (NaCl 0,65% of 0,9%). Ringers lactaat en Hartmans oplossing bevatten calcium waardoor stolling kan optreden; glucoseoplossingen zijn hyperosmolair. Het gebruik van IVAC en IMED volumegestuurde infuuspompen is toegestaan voor erythrocytenconcentraten en plasma. Thrombocytenconcentraten worden uitsluitend via een vrijlopend infuus te toegediend. De temperatuur van de patiënt moet voor elke zak worden opgenomen. Per transfusie moet worden bekeken of het opnemen van bloeddruk en pols nodig is. Direct vóór de aansluiting van het bloedprodukt dient de laatste controle, de identificatie van de patiënt, te worden uitgevoerd (zie boven). De infusiesnelheid is zoveel mogelijk de eerste 10 minuten langzaam en onder nauwkeurige observatie. Na deze 10 minuten is de infusiesnelheid afhankelijk van de klinische indicatie. Thrombocytenconcentraten zo snel toedienen als de klinische toestand dat toelaat. Erythrocytenconcentraten worden in maximaal 6 uur en plasma in maximaal 2 uur toegediend. Gedurende de hele transfusie moet de patiënt geregeld worden geobserveerd. Na elk produkt wordt het infuussysteem gespoeld met een zoutoplossing (NaCl 0,65% of 0,9%). Lege zakken van bloedprodukten worden bewaard. Op de meeste afdelingen worden ze op een afgesproken plaats door de bloedtransfusiedienst opgehaald. Andere afdelingen (met name poli's) moeten de zakken zelf terugbrengen naar de bloedtransfusiedienst. | ||
| B6.3 Bijzondere situaties |
|
Om kleine hoeveelheden te transfunderen kan een spuitenpomp worden toegepast.
Erythrocyten en thrombocyten moeten
altijd via een 170 µm toedieningsfilter worden opgezogen in de spuit. Voor het bewaren van
spuiten zie boven. Tijdens transfusie maar ook in de periode daarna kunnen transfusiereacties optreden. Zie daarvoor E. Er mag nooit medicatie worden toegevoegd aan bloedprodukten. Zogenaamd Piggy-back gewijs (zij-infuus via kraanaansluiting direct bij infuusnaald) kunnen sommige medicamenten meelopen met een infuus met een erythrocytenconcentraat of plasma. Thrombocytenconcentraten worden op kamertemperatuur geleverd en toegediend. Nooit verwarmen! Het verwarmen van erythrocytenconcentraten of plasma is zelden geïndiceerd. De produkten warmen snel op van 4° C tot kamertemperatuur. Op de OK, de IC en soms op de eerste hulp kan het nodig zijn in zeer kort tijd veel erythrocytenconcentraten of plasma’s toe te dienen. Om de lichaamstemperatuur van de patiënt niet te beïnvloeden kan het nodig zijn om deze produkten te verwarmen. Verwarming in warm waterbaden of magnetrons is niet toegestaan. Het gebruik van een zogenaamde toaster is wel toegestaan; de temperatuur van de erythro- cytenconcentraten en plasma’s mag nooit hoger worden dan 37° C. | ||
| B6.4 Registratie van de transfusie |
|
De extra sticker van het transfusieformulier wordt op het blad
‘registratie toediening van bloedprodukten’ geplakt. Noteer daarbij de
datum, begintijd, opgenomen vitale tekenen, bijzonderheden en of het
produkt in zijn geheel of gedeeltelijk is toegediend. De controles
voorafgaande aan de transfusie, worden door beide personen die de
controles hebben verricht, op het registratieformulier afgetekend. Het blad ‘registratie toediening van bloedprodukten’ is onderdeel van het patiëntendossier. |
|
|
|
© VU medisch centrum - afdeling hematologie 08/08/05 |