Hemato-oncologie

C
Myelodysplasie

mei 2005

10x10.gif (821 bytes)
10x10rood.gif (47 bytes) noodzakelijk onderzoek
a Lichamelijk onderzoek
- Vastleggen lymfekliervergroting, lever- en miltvergroting. Aandacht voor testes, KNO gebied, huidafwijkingen, slijmvliesafwijkingen, perianaal gebied.
- Vastleggen van hemorrhagische diathese.
b Morfologisch onderzoek
- Bloed- en beenmergstrijkjes kleuren volgens May Grünwald Giemsa, en op ijzer.
- Beenmergbiopsie o.a. voor celrijkdom, fibrose.
- Cytologie van verdachte afwijkingen.
c Laboratoriumonderzoek
- Hemogram, kreatinine, leverenzymen, LD, urinezuur, bloedgroep, rhesus.
d Cytogenetisch en moleculair-biologisch onderzoek
- 3 ml bloed en 1 ml beenmerg in buizen met heparine (zie adressen).
10x10rood.gif (47 bytes) diagnostische criteria
Zie voor onderscheid met acute leukemie aldaar!
10x10rood.gif (47 bytes) FAB-criteria
 
    blasten (perifeer %) blasten
(centraal %)
 
  RA 1 < 5  
  AISA/RARS 1 < 5 ring sideroblasten >15 % van alle cellen
  RAEB < 5 5 - 20  
  RAEB-t 5 21 - 30 Auerse staafjes

   
10x10rood.gif (47 bytes) WHO-classificatie
Myelodysplastic syndromes
- refractory anemia
-  with ringed sideroblasts
-  without ringed sideroblasts
- refractory cytopenia (myelodysplastic syndrome) with multilineage dysplasia
- refractory anemia (myelodysplastic syndrome) with excess blasts
- 5q-syndrome
- myelodysplastic syndrome, unclassifiable
Myelodysplastic/myeloproliferative diseases
- chronic myelomonocytic leukemia
- atypical chronic myelogenous leukemia
- juvenile myelomonocytic leukemia
10x10rood.gif (47 bytes) IPSS voor risico stratificering
Scoring    0 0.5 1.0 1.5 2.0
bm blasten (%) < 5 5-10 - 11-20 21-30
karyo type1 goed intermediair slecht
cytopenieën2 0/1 2/3
1: goed: normaal, -y, del (5q), del (20q)
slecht: » 3 abnormale chromosomen of afwijking chromosoom 7
intermediair: niet goed en niet slecht
2: hb < 6.2 mmol/l, thrombocyten < 100 x 109/l, neutrofiele granulocyten < 1.5 x 109/l
interpretatie:
risico: laag: 0; intermediair I: 0.5 - 1.0; intermediair II: 1.5 - 2.0; hoog: » 2.5
 

10x10rood.gif (47 bytes) therapie
- Bij RA en AISA/RARS: doorgaans alleen supportive care.
- Bij AISA proef behandeling met pyridoxine 1 dd 250 mg gedurende 3 maanden overwegen.
- Bij RA en AISA. Erythropoietine overwegen bij transfusie behoefte én lage endogene erythropoietine spiegel. Starten met 40.000 E. s.c. 1 x per week. Eventueel combineren met G-CSF (in studie verband).
- Bij RAEB, RAEB-t en IPSS » 1.5 en « 60 jaar: HOVON 42. In dit protocol wordt bij remissie-inductie een randomisatie uitgevoerd voor de dosering Ara-C en consolidatie met een allogene stamceltransplantatie (« 55 jaar), of autologe stamceltransplantatie of 3e chemotherapie kuur op geleide van risico en, indien toepasselijk 2e randomisatie.
- Bij RAEB, RAEB-t en IPSS » 1.5  en « 60 jaar: HOVON 43. In dit protocol wordt bij remissie-inductie gerandomiseerd voor de dosering daunarubicine en na CR en consolidatie een 2e randomisatie uitgevoerd voor wel/geen onderhoudsbehandeling met anti-CD33 (gemtuzumabozagamicine). Eventueel gevolgd door HOVON 53 (zie acute leukemie).
- Bij CMMol en IPSS » 1.5 remissie-inductie volgens standaardarm van HOVON 42 of 43 (zie boven).
- Bij MDS, IPSS » 1.0 én < 55 jaar én HLA identieke sib: overweeg remissie-inductie volgens standaardarm van HOVON 42 gevolgd door allogene stamceltransplantatie. Overweeg bij IPSS » 2.0 zonodig MUD.
            

© VU medisch centrum - afdeling hematologie   20/05/05