Hemato-oncologie

E
Primaire myelofibrose

 

mei 2011

10x10.gif (821 bytes)
10x10rood.gif (47 bytes) noodzakelijk onderzoek
a Lichamelijk onderzoek
- Vastleggen van lever- en miltgrootte.
b Morfologisch onderzoek
- Bloed- en beenmerg
- Beenmergbiopt
c Laboratoriumonderzoek
- Hemogram, reticulocyten, kreatinine, leverenzymen, LDH, urinezuur, PT, APTT,
fibrinogeen
d Cytogenetisch en moleculair-biologisch onderzoek
- 3 ml bloed en 1 ml beenmerg in buizen met heparine
10x10rood.gif (47 bytes) aanvullend onderzoek
- Bij verhoogde bloedingsneiging en thrombocyten > 1000 x 109/l: verricht thrombocytenaggregatieonderzoek en sluit verworven von Willebrand type II uit middels bepaling van von Willebrand activiteit en antigeen en zo nodig multimeren onderzoek.
10x10rood.gif (47 bytes) diagnostische criteria
WHO 2008
  Major criteria
- Proliferatie van atypische* megakaryocyten, meestal in aanwezigheid van reticuline en/of collageen fibrose. Indien geen reticuline fibrose, dient er naast proliferatie van de megakaryocytaire reeks proliferatie zijn van de myeloïde reeks, vaak in combinatie met een verminderde erythrocytaire reeks.
- Afwezigheid van polycythemia vera, chronisch myeloïde leukemie (afwezigheid van translocatie (9;22) of BCR-ABL fusiegen), myelodysplasie of andere myeloïde maligniteit.
- Aanwezigheid van JAK-2 V617F of andere clonale marker (bijvoorbeeld MPLW515L/K), of bij afwezigheid van een clonale marker, geen beenmergfibrose door een onderliggend inflammatoire of maligne aandoening.
  Minor criteria
- Leuko-erythroblastair bloedbeeld
- Verhoogd LDH
- Anemie
- Palpabele milt
  De diagnose wordt gesteld als alle 3 major criteria en 2 minor criteria aanwezig zijn.
* aberante kern/cytoplasma verhouding, hyperchromatisch, irregulaire nuclei en zeer dichte clustering.
10x10rood.gif (47 bytes) risicostratificering
Lille score: Prognostische risicofactoren: Hb < 6.25 mmol/l en leucocyten < 4 x 109/l of
> 30 x 109/l .
Cervantes score (gevalideerd in patiënten < 55 jaar): Prognostische risicofactoren: Hb < 6.25 mmol/l, blasten in het perifere bloed > 1%, constitutionele symptomen.
Risico
Factoren Lille
Factoren Cervantes
laag
0
0 - 1
intermediair
1
hoog
2
2 - 3
International Working Group Scoring System (gevalideerd in 1054 patiënten vanuit 7 centra in de periode tussen 1980 en 2007): leeftijd > 65 jaar, constitutionele symptomen, Hb < 6.25 mmol/l, leucocyten > 25 x 109/l, blasten in het perifere bloed > 1%.
Risico
Factoren IWGSS
laag
0
intermediair
1
intermediair
2
hoog
≥ 3
10x10rood.gif (47 bytes) therapie, specifiek gericht op myeloproliferatie (overleg over lopende
studies)
a

Hydroxyureum (eventueel α-interferon bij ontbreken van respons op hydroxyureum) Geïndiceerd in geval progressieve myeloproliferatie (thrombocytose, leucocytose, splenomegalie) of in geval van cytopenie door splenomegalie.

b Splenectomie
Overwegen bij anemie en/of thrombopenie en/of mechanische bezwaren. Zo mogelijk verrichten voordat de thrombocyten < 50 x 109/l zijn.
Eventueel overleg over de dosering thromboseprofylaxe.
c Allogene stamceltransplantatie
Overwegen bij patiënten met intermediair of hoog risico.
d Overleg over klinische studies
Fase III gerandomiseerde studie voor transfusie-afhankelijke patiënten met MF, post-PV MF of post-ET MF, waarin de effectiviteit van pomalidomide versus placebo wordt onderzocht.

Compassionate Use Programma Ruxolitinib (JAK2 remmer) voor patiënten met MF, post-PV MF of post-ET MF én hoog risico, intermediair 2 risico of intermediair 1 risico plus splenomegalie volgens de risicostratificatie zoals boven beschreven.
10x10rood.gif (47 bytes) therapie, specifiek gericht op anemie
a Erythropoëtine
  Bij bestaan van een niet transfusie afhankelijke anemie met een laag serum erythropoëtine gehalte.
b Androgenen
  Bij bestaan van een niet transfusie afhankelijke anemie. Danazol 600-800 mg/per dag. Bepaal respons na 3 - 6 maanden, bij respons 200 mg/dag onderhoudsbehandeling.
10x10rood.gif (47 bytes) therapie, algemeen
- Ascal 100 mg, indien het thrombocytenaantal > 400 x 109/l is.
- Geen Ascal geven indien:
      het thrombocytenaantal > 1500 x 109/ gezien verhoogde kans op bloeding
       er klinisch verhoogde bloedingsneiging is
      von Willebrand type II is aangetoond (zie bij aanvullend onderzoek)
            

© VU medisch centrum - afdeling hematologie   12/05/2011