| Hemato-oncologie | |
G |
mei 2011 |
|
|
|
|
|
initieel onderzoek |
| a | Lichamelijk onderzoek |
| - | Hart- en longstatus |
| - | Vastleggen lever- en miltgrootte | - | Cardiovasculair onderzoek voor risicoprofiel |
| b | Laboratoriumonderzoek |
| - | Hemogram, reticulocyten, kreatinine, leverenzymen, LDH, urinezuur, ferritine. | - | Glucose en cholesterol. |
| - | Bij verhoogde bledingsneiging en thrombocyten > 1000 x 109/l: verricht thrombocytenaggregatieonderzoek en sluit verworven van Willebrand type II uit middels bepaling van Willebrand activiteit en antigeen en zo nodig multimeren onderzoek. |
| - | JAK-2 V617F mutatie. |
|
|
diagnostische criteria |
| De diagnose Polycythemia Vera kan gesteld worden indien 2 major en 1 minor of 1 major en 2 minor criteria aanwezig zijn. | |
| Major criteria | |
| | Ht ³ 0.52 L/L of Hb ³ 11.6 mmol/l bij mannen; Ht ³ 0.48 L/L of Hb ³ 10.3 mmol/l bij vrouwen. |
| | Aanwezigheid JAK2V617F of functionele gelijkende mutatie (JAK2 exon 12 mutatie). |
| Minor criteria | |
| | Afwijkend beenmergbiopt met toegenomen celrijkdom en proliferatie van de 3 cellijnen. |
| | Verlaagde erythropoëtine spiegel. |
| | Spontane erythroïde groei (BFU-e) in beenmerg koloniekweken. |
| Indien de diagnose Polycythemia Vera niet gesteld kan worden, uitsluiten aangeboren of verworven secundaire erythrocytose. | |
| Oorzaken congenitale secundaire erythrocytose* | |
| | Erythropoëtine receptor defect. |
| | Hemoglobine variant met verhoogde zuurstof affiniteit (p50 bepaling). |
| | Bisfosfoglyceraatmutase deficiëntie. |
| | Verstoorde regulatie van de zuurstofhomeostase door Hypoxia Inducible Factor, mutaties in Von Hippel-Lindau tumor suppressor, Prolyhydroxylase-2 en HIF2a. |
| * | overleg met R. van Wijk, UMCU voor eventuele genetische diagnostiek. |
| Oorzaken verworven secundaire erythrocytose** | |
| | Centrale hypoxie. |
| | Lokale, renale hypoxie. |
| | Pathologische erythropoëtine productie. |
| | Exogene toediening van erythropoëtine. |
| ** | verricht bloedgasanalyse, sluit renale pathologie uit, sluit maligniteit lever/nieren/hersenen uit. |
|
|
therapie, algemeen |
| a | Uraatsteenprofylaxe |
| Allopurinol 1 dd 300 mg, indien urinezuur verhoogd is. | |
| b | Trombocyten aggregatieremmer |
- |
Ascal 1 dd 100 mg. |
| Geen Ascal geven indien: | |
| • | het thrombocytenaantal > 1500 x 109/l gezien verhoogde kans op bloeding. |
| • | er klinisch verhoogde bloedingsneiginghet is. |
| • | von Willebrand type II is aangetoond (zie bij aanvullend onderzoek). |
|
|
therapie, specifiek |
| a | Flebotomie |
| Streven naar Ht < 0.45 bij mannen en < 0.42 bij vrouwen. | |
| b | Cytoreductieve therapie |
| Geïndiceerd in geval van hoog risico PV (thrombose in het verleden of ouder dan 60 jaar, zeker indien thrombocyten > 400 x 109/l ), in geval van progressieve myeloproliferatie (thrombocytose, leucocytose, splenomegalie) of in geval van frequente aderlatingen. | |
| - | hydroxyureum starten in een dosering van 1 dd 500 - 1000 mg. Dosis aanpassen op basis van hemogram en miltgrootte. |
| - | interferon s.c. voorkeurstherapie bij jeuk. |
| - | Gepegyleerd interferon-a |
| - | Aanvangsdosering gepegyleerd interferon-a 2a (Pegasys®): 90 microgram/week s.c., gepegyleerd interferon-a 2b (PEG-Intron®): 50 microgram/week s.c. Dosis aanpassen op geleide van het hemogram. |
| - | 32P bij ouderen met een levensverwachting < 10 jaar eventueel: 32P 3 mCi i.v., zonodig na 3 maanden herhalen. |
| c | Bij zwangerschap |
| - | Behandeling en thromboseprofylaxe afhankelijk van risico. |
| |
Definitie normaal risico - geen hoog risico Definitie hoog risico - thrombose of bloeding in het verleden, ernstige complicaties tijdens voorgaande zwangerschap (≥ 3 spontane abortus binnen eerste trimester of ≥ spontane abortus in tweede of derde trimester, intrauteriene sterfte, preeclampsie < 37 weken), thrombocytenaantal > 1000 x 109/l, abnormale flow in de uteriene arteriën op 20/24 weken. Therapieadvies bij normaal risico - Streef naar < 0.40 en thrombocyten < 1000 x 109/l (middels aderlatingen en/of niet-gepegyleerde interferon-a). - Aspirine 100 mg/dag. - Profylactische dosering LMWH in het kraambed. Therapieadvies bij hoog risico risico - Streef naar < 0.40 en thrombocyten < 450 x 109/l (middels aderlatingen en/of niet-gepegyleerde interferon-a). - Aspirine 100 mg/dag. - Profylactische dosering LMWH gedurende gehele zwangerschap en kraambed, indien reeds behandeld met orale antistollingstherapie voor de zwangerschap therapeutisch dosering LMWH. |
|
|
|
© VU medisch centrum - afdeling hematologie 16/05/2011 |