| Hemato-oncologie | |
F |
mei 2011 |
|
|
initieel onderzoek |
| a | Lichamelijk onderzoek |
| - | Vastleggen van lever- en miltgrootte. |
| - | Cardiovasculair onderzoek voor risicoprofiel. |
| b | Laboratoriumonderzoek |
| - | Hemogram, reticulocyten, kreatinine, leverenzymen, LDH, urinezuur, ferritine. |
| - | Glucose en cholesterol. |
| - | Bij verhoogde bloedingsneiging en thrombocyten > 1000 x 109/l: verricht thrombocytenaggregatieonderzoek en sluit verworven von Willebrand type II uit middels bepaling van von Willebrand activiteit en antigeen en zo nodig multimeren onderzoek. |
| - | JAK-2 V617F mutatie. |
|
|
diagnostische criteria |
| WHO criteria 2008 | |
| 1 | thrombocyten ≥ 450 x 109/l |
| 2 | proliferatie van met name de megakarytocytaire reeks met toegenomen aantal grote, mature megakaryocyten, zonder significante toename of links-verschuiving van de myeloïde en erythroïde reeks. |
| 3 | geen criteria voor polycythemia vera, primaire myelofibrose, chronische myeloïde leukemie (afwezigheid van translocatie (9;22) of BCR-ABL fusiegen), myelodisplasie of andere myeloïde maligniteit. |
| 4 | JAK-2 V617F mutatie of andere clonale marker (bijvoorbeeld MPL W515L/K) of bij afwezigheid van een clonale marker uitsluiten van reactieve thrombocytose (zoals: ijzergebrek, splenectomie, recente operatie, infectie, bindweefselaandoening, gemetastaseerde maligniteit of lymfoproliferatieve ziekte) . |
| risicoprofiel | |
| |
laag risico leeftijd < 60 jaar én geen thrombotische complicaties in voorgeschiedenis én thrombocyten < 1500 x 109/l én geen cardiovasculaire risicofactoren intermediair risico geen laag of hoog risico hoog risico leeftijd ³ 60 jaar óf thrombotische verschijnselen in voorgeschiedenis |
|
|
therapie, specifiek |
|
|
laag risico - Ascal 1 dd 100 mg. intermediair risico - cytoreductie optioneel: overwegen bij thrombocyten > 1000 x 109/l en additieve cardiovasculaire risicofactoren. - Ascal 1 dd 100 mg. hoog risico - cytoreductieve therapie (zie onder) - Ascal 1 dd 100 mg. |
| Cytoreductieve therapie | |
| a | interferon s.c. |
| - | Gepegyleerd interferon |
| Aanvangsdosering gepegyleerd interferon-a 2a (Pegasys®): 90 microgram/week s.c., gepegyleerd interferona- 2b (PEG-Intron®): 50 microgram/week s.c. | |
| Dosis aanpassen op geleide van het thrombocytenaantal. Streven naar normalisatie. | |
| b | hydroxyureum |
| Starten in een dosering van 2 dd 500 - 1000 mg. Dosis aanpassen op geleide thrombocytenaantal. Streven naar normalisatie. | |
| c | anagrelide |
| Indien alleen het thrombocytenaantal verhoogd is, kan anagrelide overwogen worden (of in combinatie met bovengenoemde cytoreductieve middelen). | |
| Aanvangsdosering: 2 dd 0.5 mg. Maximale dosis 10 mg/dag, maximale dosis per gift 2 mg. | |
| Dosis aanpassen op geleide van het thrombocytenaantal. Streven naar normalisatie. | |
| d | bij ouderen met een levensverwachting < 10 jaar: |
| 32 P 3 m Ci i.v., zonodig na 3 maanden herhalen. | |
| e | bij zwangerschap |
| - | Behandeling en thromboseprofylaxe afhankelijk van risico. |
| |
Definitie normaal risico - geen hoog risico Definitie hoog risico - thrombose of bloeding in het verleden, ernstige complicaties tijdens voorgaande zwangerschap (≥ 3 spontane abortus binnen eerste trimester of ≥ spontane abortus in tweede of derde trimester, intrauteriene sterfte, preeclampsie < 37 weken), trombocytenaantal > 1000 x 109/l, abnormale flow in de uteriene arteriën op 20/24 weken. Therapie bij normaal risico - Streef naar < 0.40 en thrombocyten < 1000 x 109/l (middels aderlatingen en/of niet-gepegyleerde interferon-a). - Aspirine 100 mg/dag. - Profylactische dosering LMWH in het kraambed. Therapie bij hoog risico risico - Streef naar < 0.40 en trombocyten < 450 x 109/l (middels aderlatingen en/of niet-gepegyleerde interferon-a). - Aspirine 100 mg/dag. - Profylactische dosering LMWH gedurende gehele zwangerschap en kraambed, indien reeds behandeld met orale antistollingstherapie voor de zwangerschap therapeutisch dosering LMWH. |
|
|
|
© VU medisch centrum - afdeling hematologie 13/05/2011 |