Skip to main content

HLA-antistoffen met hoge MFI waarden bij de ontvanger (patiënt) zijn geassocieerd met graft failure of matige graft functie. Daarom wordt geadviseerd om donoren waar de patiënt antistoffen tegen heeft (donor-specifieke antistoffen, DSA) te vermijden. Indien er geen goede alternatieven zijn, dan kan er afhankelijk van de MFI waarde van de DSA, aanvullende diagnostiek (flow kruisproef) gedaan worden en/of desensitisatie toegepast worden. Hieronder ziet u of en hoe vaak een HLA antistofbepaling gedaan moet worden:

 

Allogene SCT: standaard HLA antistofbepaling aanvragen bij eerste HLA typering.

  • Alleen indien de donor bekend is als HLA-identieke sibling (zonder crossover event) kan HLA antistof onderzoek achterwege gelaten worden.
  • Indien de patiënt IVIG krijgt, dit doorgeven aan het HLA lab. IVIG kan het HLA antistof onderzoek beïnvloeden.

 

Per donor type:

  • Bij HLA-identieke sibling donor (MSD) is een eenmalige HLA antistofbepaling voldoende.
  • Bij 10/10 MUD: Er kunnen nog wel antistoffen ontstaan tegen andere loci dan de 5 waarop gematcht wordt. Ook deze antistoffen zijn geassocieerd met graft failure.
    • Indien HLA antistoffen negatief, in principe niet meer herhalen.
    • Indien HLA antistoffen positief, dan voorafgaand aan (binnen 28 dagen voor) transplantatie nogmaals bepalen.
    • Indien er DSA zijn tegen aanvullende loci, zie hieronder voor verder beleid.
  • Bij haplo-identieke donor of 9/10 MUD:
    • Altijd voorafgaand aan (binnen 28 dagen voor) transplantatie HLA antistoffen nogmaals bepalen.
    • Indien er DSA zijn, kan er gehandeld worden volgens onderstaande stappenplan.

 

Bij positieve DSA:

Kijk kritisch of er toch geen alternatieve donoren beschikbaar zijn. Indien er geen goede alternatieven zijn, dan kan er als volgt gehandeld worden:

  • Bij DSA met een MFI <2000, is de kans op graft failure of slechte graft functie zeer klein en kan deze donor gebruikt worden. In deze situatie, de DSA voorafgaand aan de transplantatie herhalen om verdere stijging van MFI uit te sluiten.
  • Bij DSA met MFI tussen 2000 en 8000 kan er sprake zijn van klinisch niet-relevante antistoffen. Bij deze patiënten kan een flow kruisproef (met serum van patiënt (stolbloed) en cellen van de potentiële donor (heparine bloed)) ingezet worden. Als de flow kruisproef negatief is, kan deze donor gebruikt worden. Als de flow kruisproef positief is, dan kan er desensitisatie volgens onderstaand protocol toegepast worden.
  • Bij DSA met MFI >8000 is er een hoog risico op graft rejectie. Indien deze donor de enige beschikbare donor is, dan kan desensitisatie toegepast worden.

 

Desensitisatie protocol (volgens Johns Hopkins)

Naast dit protocol zijn er meerdere andere protocollen in omloop. Mogelijk zullen er de komende tijd nieuwe protocollen gebaseerd op daratumumab ontwikkeld worden.

  • Let op: behandeling met IVIG maakt de interpretatie van het HLA antistof onderzoek lastiger.

 

 

Dag transplantatie Datum Plasmaferese / IVIG HLA- a.s. afname Immunosuppresie # Conditionering
Voor start     HLA – a.s.    
-18   Plasmaferese + IVIG      
-17       MMF + tacrolimus  
-16       MMF + tacrolimus  
-15   Plasmaferese + IVIG   MMF + tacrolimus  
-14       MMF + tacrolimus  
-13   Plasmaferese + IVIG   MMF + tacrolimus  
-12       MMF + tacrolimus  
-11   Plasmaferese + IVIG HLA – a.s. MMF + tacrolimus  
-10       MMF + tacrolimus  
-9       MMF + tacrolimus  
-8       MMF + tacrolimus  
-7       MMF + tacrolimus  
-6       MMF + tacrolimus  
-5       MMF + tacrolimus  
-4       MMF + tacrolimus  
-3       MMF + tacrolimus  
-2       MMF + tacrolimus  
-1  

Plasmaferese + IVIG

Meet HLA antistoffen

HLA – a.s.    
0          
+1  

Plasmaferese + IVIG

Meet HLA antistoffen

     
+2  

Plasmaferese + IVIG

Meet HLA antistoffen

     

 

# MMF (Mycophenolate Mofetil) – will be given at a dose of 15 mg/kg PO TID (based upon actual body weight) with the maximum total daily dose not to exceed 3 grams (1 g PO TID);

Tacrolimus is administered at 0.045 mg/kg/dose (IBW) orally BID, dosage will be increased or decreased accordingly to maintain a trough tacrolimus level (monoclonal assay) between 5-15 ng/ml.

 

Reactie op dit artikel

    Inhoudsopgave

    Reageer op dit artikel