Achtergrond
Internationale evidence voor vaccinatie na CAR T-therapie is vooral gebaseerd op expert opinion, extrapolatie uit andere immuungecompromitteerde groepen en kleine single center studies. De daadwerkelijke klinische effectiviteit bij CAR T-patiënten is nog onvoldoende onderzocht, maar vaccinatie wordt sterk aanbevolen vanwege het hoge infectierisico en het potentieel voor (gedeeltelijke) bescherming.
De beste timing van vaccinatie na CAR T-celtherapie is nog een vraagstuk. Enerzijds kan het uitstellen van vaccinatie tot het moment van volledige immuunreconstitutie de effectiviteit van vaccinatie vergroten. Anderzijds verlengt afwachten tot immuunherstel de kwetsbare periode voor het oplopen van een mogelijk ernstige infecties zoals Streptococcus Pneumoniae, influenza, SARS-CoV-2, en varicella-zoster. Hierbij kan dus vroege vaccinatie ondanks suboptimale responsen geïndiceerd zijn.
We vaccineren volgens onderstaande tabel.
Vaccinatieschema post CART
|
Maanden voor/na CAR T |
Pre | +9 | +10 | +11 | +12 | +15 | +24 | Jaarlijks |
| PCV20 | x | x | x | |||||
| Shingrix | x | x | ||||||
| SARS-Cov-2# | x | x | x | x | ||||
| Influenza | x^ | |||||||
| BMR | X@ | |||||||
| Monitoring | ||||||||
| Spijtserum | x | x | x | x | x | x | x | |
| Lymfocyten subsets | x | x | x | x | x | |||
| IgG, IgM, IgA | x | x | x | x | x | |||
| PBMC’s* | x | x | x | x | x | |||
# evt in re-cobra-re kai studie
* Volgens lokaal biobank protocol
^ onafhankelijk van het aantal maanden na CAR T starten in griepseizoen
@ indien serologisch negatief, geen immuunsuppressie, en voldoende immuunherstel: bij CD4+ T-cellen >200 u/L en herstel B-cellen